Ik postte de laatste tijd bar weinig. Alsof ik mijn adem inhield. Zelfs in standje ‘private’ durfde ik mijn gedachten niet aan het virtuele papier toe te vertrouwen. En daarbij was ik zo in-en-in hóndsmoe dat het er ook niet van kwam om over ‘normale’ dingen te schrijven. Wij hielden onze adem in en wachtten.
Ik kreeg bezorgde berichtjes over mijn vermoeidheid. Ging het allemaal wel goed? Mijn moeder stuurde me zelfs langs de dokter om bloed te prikken. Bloed prikken deed ik, maar niet op haar verzoek, maar op verzoek van de verloskundige. De vermoeidheid hoorde er nu eenmaal bij.
De nachten die Stef maakte maakten het niet makkelijker. Ik was al snel over mijn grens heen en we verzonnen plannen om de nachten draaglijker te maken.
De dagen verstreken. Tergend langzaam, maar ze gingen. De zwangerschap bleef. Waar we na 3 miskramen niet meer op durfden te hopen groeide tóch. We begonnen, ondanks onszelf, toch hoop te krijgen. En toen kreeg ik een bloeding waarvan ik -uiteraard- metéén in hyperdrive schoot. De verloskundige regelde een spoedecho. Het bloedverlies werd nog wat erger en ik nam afscheid in mijn hoofd. Van de zwangerschap, van de wens. Een tweede kind krijgen hoefde zo niet voor mij. Te belastend voor ons gezin. Teveel verdriet voor ons.
Maar de echo oordeelde anders: een knipperend lampje duidde een hartslag aan. Klein en snel; ze liet het horen. Ik huilde. Het was uiteraard geen belofte voor de toekomst, maar de echoscopiste zag dat het er allemaal kéurig uitzag. Volgens het boekje, niets op aan te merken. Mooi afgesloten, nergens ook maar een beetje bloed. Het bloed moest van buitenaf komen, stelde ze vast. De verloskundige voorspelde later aan de telefoon dat het misschien nog vaker zou gebeuren, zo’n bloeding, maar daar moest ik dan niet al te erg van schrikken.
De volgende bloeding kwam en ging en ik kon het aan.
En toen nog één. Deze hield aan, maar was zo lichtjes, dat ik het vertrouwen hield. Even twijfelde ik aan ons besluit, maar ik was de priemende blikken en de vragen over mijn -al aardig dikke- buik zó zat dat ik op mijn werk koek uitdeelde en vertelde van ons voorzichtige geluk. Gisteren, een dag later, bleek ik terecht te hebben getwijfeld. Het bloeden werd erger. Ik voelde een rare druk op mijn onderbuik. In paniek liet ik Paul de verloskundige bellen, want ik kon zelf niet meer uit mijn woorden komen. Te vroeg in de zwangerschap voor een onderzoek door de verloskundige zelf, luidde het oordeel. En een echo zou niks zeggen zolang de bloeding aanhield. Afwachten. Ondertussen voelde ik een bekend gevoel opkomen in mijn onderrug. Ik wíst het, maar ik wilde het niet weten. Hoe kun je vechten tegen iets dat vanzelf gaat?
Vier gaten heb ik nu in mijn hart. Alsof het steekje voor steekje ontrafeld wordt. De buikpijn is nu bijna weg, het bloeden neemt al af. En stom genoeg weigert er iets in mij op te geven, alsof er nog hoop is.. Ik heb het kindje zelf gezien, met mijn eigen ogen, ik heb het zélf -hoe oneerbiedig- doorgespoeld. Haar verhaal houdt een heel klein, miniscúúl sprankje van mijn hoop levend waar ik beter voor 100% los zou kunnen laten. Maar ik kan het niet. Dat knipperdende lampje blijft maar hangen in mijn hoofd. Waarom moest ik in vredesnaam twéé keer afscheid nemen? Had het lekker bij die ene keer gehouden.. Nu had ik een kloppend hartje, en nu alsnog niks.
Het was van míj. Geef het terug. Geef het godverdomme TERUG!
Mijn kind zal waarschijnlijk* geen broertje of zusje krijgen. Mijn hart kan geen nieuwe gaten aan. Mijn gezin lijdt onder mijn verdriet. Tegelijk met de tranen die ik maar blijf huilen is er ook een besef, waaraan ik me vastklamp alsof mijn leven ervanaf hangt: ik was vijf keer zwanger. Vijf keer. Dat betekent dat er één wel is gebleven. Als ik omkijk zie ik hem een dansje doen bij een liedje van het Zandkasteel. Mijn lieve kleine wonder. Dat wonder, dat heb ik. En sinds gisteren alleen al heb ik daarvoor al wel duizend keer God op mijn blote knieën bedankt.
So be it. Ik voel me ontrafeld, maar samen met mijn liefste, mijn wonder en mijn 3 pluizebollen maak ik er wel weer wat van..

*: Zeg nooit nooit.