En dan, langzaam maar zeker, pakt het gewone leven zich weer op. De dagen rijgen zich aaneen en naast het allesoverheersende verdriet van de afgelopen paar dagen bestaan ook gewone dingen weer in mijn hoofd. Zo denk ik nog steeds terug aan een prachtfeestje dat wij met onze naasten vierden voor ons tweejarige Stefje het afgelopen weekend. Hij was door het dolle, net als zijn vriendje Tobias, samen gingen ze on a rampage waar Godzilla nog wat van zou kunnen leren*. Hij liet ook nog even goed zien dat hij niet alleen op papíer een echte tweejarige is.
Zo had hij al heel vlot door dat al die mensen die binnenkwamen iets uit hun tas haalden waar hij dan mee mocht spelen: bij nieuwe gasten holde hij meteen naar ze toe om vervolgens op hun tas te wijzen en ‘auto!’ te roepen. Toen hij samen met mij een (overigens prachtig) boekje uitpakte van tante Chanoek gooide hij het boos weg terwijl hij ‘NEE! ÁUTO!’ riep (gelukkig kon tante Chanoek er wel om lachen).. En bij binnenkomst van tante Eefke zocht hij bij de deur naar haar zoontje Semmie, zijn grote vriend (die op dat moment bij zijn oom was) en riep verdwaasd ‘Emmiiiiee! Emmie! Emmie?’. Vervolgens liep hij naar tante Eefke toe, om zijn handjes vragend op te houden en met een geërgerde blik te vragen ‘Émmie?’ Alsof hij wilde zeggen ‘wat doe jíj nou weer hier zonder mijn vriend?’
We lachten, we huilden, maar het was vooral een mooi feest.
Mijn ventje is weer goedgekeurd bij het consultatiebureau: 93 cm. en 14 kilo. Bonkie. En bij mijn moeder op ziekenbezoek vandaag hadden we het ook erg gezellig.
Eigenlijk gaat het best goed dus, ik kan vertellen wat er aan de hand is zonder te huilen, kan mezelf in gedachten voorbereiden op de klap die nog gaat komen als ik ingeleid wordt.
Alleen de nachten.. Die zijn anders. Ik lig vaak wakker, want een zwanger lichaam moet ergens halverwege de nacht plassen, en dan begint de ellende. Omdat ik van vermoeidheid al vroeg slaap kan ik daarna niet meer in slaap komen. Dan gaan de radartjes draaien. Dan rollen de tranen. Dan maal ik en maal ik en maal ik en dan zit ik vast in dit alles. En dan mis ik de zwangerschap terwijl ‘ie er nog is en dan mis ik het kindje dat nog niet dood is. Dan mis ik mijn dromen en dan mis ik mijn toekomst met twéé kindjes, het beeld dat ik ondertussen weer had laten groeien.
Dus dan lig ik wakker en dan voel ik me verdrietig. Overdag zie ik mijn grote troost: mijn gezonde zoon, spelend, klierend, peuterend, lachend. ‘S-nachts zie ik vooral wat er niet is…
*: Toen Stef net leerde lopen noemden we hem vaak liefkozend Stefzilla, omdat hij altijd een beetje liep zoals Godzilla deed in de oude films; met schokjes en zijn armpjes naar voren <3