Dus dan krijg je een baby erbij. In eerste instantie lieten we het allemaal een beetje gebeuren, maar zo na de 20-wekenecho moet je dan toch écht eens na gaan denken: waar gaat de baby ‘wonen’? We hebben twee kamers op de tussenverdieping en ééntje op zolder, waarvan beide kamers op de tussenverdieping reeds bezet zijn. De baby naar zolder dan? Als wij dan beneden zijn en de baby in bed betekent dat dat er twéé verdiepingen tussen ons in zitten. Slik. In de kamer waar Stef nu slaapt dan. Duidelijk. Maar Stef? Vinden we Stef al groot genoeg voor de zolder, of willen we hem ook nog even ‘bij ons houden’?
We vroegen Stef zelf wat hij wilde. Een grote jongenskamer op zolder? Of zijn eigen kamer houden? Tegen onze verwachtingen in was hij bijzonder duidelijk. Een grote jongenskamer op zolder graag. Een rode, met vliegtuigen. En zo vormde zich dan uiteindelijk toch Het Plan. Omdat we graag nog een kamer overhouden (Paul werkt nog wel eens thuis) delen we de zolderkamer op in twee kleine kamers. Stef krijgt de ene helft, de andere wordt voorlopig de werkkamer. En als de baby groter is, dan kan zij wellicht ook naar boven en dan kan de babykamer weer fungeren als grote, gezamenlijke werk/hobbyruimte. Plan. Nu de uitvoering.
Ondanks wat tegenslag zijn we nu goed op weg. De extra muur staat, behang en muurstickers voor Stef’s vliegtuigenkamer zijn in huis, vloerbedekking is besteld. Morgen wordt er een ruw gestucte muur gladgemaakt, volgende week gaat er behang overheen. Meubels zijn uitgezocht en al deels gekocht, het bed dat we zelf voor hem willen gaan maken is ontworpen.
We zijn op weg, eindelijk. En nee, het meiske wordt zeker niet vergeten.. Alleen is die niet op 24 november jarig, een mooi moment voor voor het jongetje dat wél jarig is om zijn nieuwe kamer te betrekken
“Mama tillen?”
Twee uitgestrekte armpjes.
Normaal zou ik hem proberen te overtuigen van de noodzaak zelf te lopen, maar we waren laat en ik had haast.
“Deze ene keer dan” zei ik.
Op de trap, halverwege, twee heldere ogen die de mijne zoeken.
“Mama, jij isse zooo lief!”
Een dikke knuffel erachteraan.
Ik kon wel janken.
We gingen eigenlijk schaatsen, maar na ongeveer 3 seconden op zijn ijzertjes en twee uitglij-acties verder wilde hij dáár niks meer van weten. Het ijs bleef nog even eng, maar sneeuwballen gooien veroverde al snel zijn hart. Stef vind sneeuw en ijs fantastisch!
Stef en zijn geliefde ome ‘Henk’ (Alain)
Stuntman Stef does the Dukes of Hazzard
Dit gebeurt er dus als je een tweejarige stuntman op ideeën brengt:



Wij houden van de frontcam op mijn telefoon. Als hij zichzelf ziet trekt Stef de meest bizarre gezichten. Of hij doet de uitdrukking van mama na.
Zelfs de meest donkere wolk boven mijn hoofd, mijn meest zware gemoed.. Het klaart op wanneer ons zonnetje straalt.
A een tijdje hadden wij het gevoel dat het tijd werd om de zijkant uit Stef’s bedje te halen. Hij klom er nog niet echt uit, maar maakte na zijn middagtukje soms wel aanstalten. Vanaf het tafeltje waar zijn boekjes staan kon hij al wel zijn bed ínklimmen, maar soit. Daar zeggen wij natuurlijk geen nee tegen.
Waarom we dan dat gevoel hadden? Geen idee. Gewoon, de manier waarop de dingen gingen wanneer we hem naar bed brachten. Of wanneer hij wakker werd, ‘s-nachts.
Dus gisteravond kregen we de geest en haalde Paul de zijkant uit het ledikant. Of nouja, dat klinkt wat makkelijker als dat het ging: hij schroefde het bed uit elkaar minus de twee onderdelen die hij niet los kreeg, maakte met een ander onderdeel een klein gat in de buitenkant van de plaat die het hoofdeinde van Stef’s bedje vormt, beukte de twee klemzittende onderdelen los en schroefde het bed weer op een iets andere manier in elkaar. Uiteraard, zoals het een goed doordachte actie van verantwoorde ouders betaamt, deden we dit nog éven snel voordat we Stef naar bed brachten. Nouja, het was toch wintertijd, denken we dan maar.
En het glunderkoppie van Stef terwijl hij zelf zijn bedje inklom was onbetaalbaar <3
Over 6 weken en 1 dag is het ineens de dag dat mijn lieve kleine jongetje 2 (twéé!) jaar oud wordt. Nu ik al dagen aan bed gekluisterd ben met een fikse buikgriep en ik niet veel anders kan dan lezen en een beetje rommelen op de ipad heb ik dus tijd te over om leuke cadeau’tjes voor hem uit te zoeken. Een paar maanden geleden had ik het helemaal voor elkaar, dacht ik: ik had een website gevonden van iemand die meest geweldige speelhuisjes maakt van vilt. Op te zetten met een buizenframe, of gewoon over de eettafel heen. Supergeweldig! Omdat Stef heel veel plezier had van het dozenhuisje dat Paul voor hem maakte leek dit me een prachtplan.
En toen zei Stef “Auto.”
“Auto. Auto. Auto! Autoautoautoauto! AU-TO! Aaaauuto. Auto? Autooooo.” En verder maakt hij er veel geluiden van rijdende auto’s bij, inclusief remmen en veel toet-toet. Overal waar hij heengaat moet een autootje mee, tot in bed aan toe. Als hij wakker wordt begint hij vaak meteen te brabbelen over ‘auto toettoet!’ Als we op straat lopen moet elke auto worden aangewezen en benoemd. En soms horen we hem zelfs in zijn slaap nog wel eens murmelen over zijn favoriete voorwerpen.
Dus.
De houten garage die hij uiteindelijk zal krijgen is ondertussen uitgezocht. Voor Sinterklaas heb ik ondertussen ook het plan al rond; ook vliegtuigen hebben de laatste tijd enorm zijn interesse. bij het geluid van een vliegtuig (“Pieg!”) speurt hij de lucht af en gaat hij blij wijzen als hij ‘m ziet. “oooooohhhh!” roept hij dan. Het vliegtuig van Little people it is, dus.
Zijn verlanglijstje is ondertussen ook al redelijk compleet. Leuke spulletjes uitzoeken voor mijn manneke, I love it <3
Zijn tweede verjaardag is nu dichterbij als de eerste. Dat merk je aan heel veel dingen. Aan zijn geklets, aan wat hij allemaal al snapt, aan zijn manier van spelen. Aan zijn kledingmaat. En aan hoe hij dan soms ineens op de foto staat..
(En Wiep! Misschien zie ik spoken hoor, maar die foto.. Zie jij wat ik zie?)
Het begon toen ons kind een paar keer achter elkaar ziek werd. Eten ging heel slecht (of alles kwam er weer uit) en we haalden hem ‘s-nachts een paar keer uit bed met een hoorbaar knorrend maagje. We duikelden een papflesje op en het kind kon weer slapen.
Toen werd Stef steeds vroeger op de ochtend wakker. Half 5 was geen uitzondering en het enige dat het daar wél goed op deed waren de blauwe kringen onder onze ogen. Het papflesje kwam in ons op: zou hij gewoon honger hebben? Verder slapen op die fles lukte maar heel soms, maar het ritme veranderde wel: Stef werd steeds vroeger wakker en kon dan alleen nog slapen als er een fles tevoorschijn kwam. Af en toe een fles werd langzaamaan elke nacht een fles. En toen werd elke nacht een fles en dan weer slapen elke nacht een fles en dan daarna nog een tijdje* huilen, gillen en krijsen omdat het manneke in kwestie liever wilde spelen dan slapen. Wel speelgoed in bed, geen speelgoed in bed, lampje aan, lampje uit, muziekje lang of kort, het had geen effect.
We modderden aan en het was wat het was. Tot ik, van vermoeidheid, vorige week een complete nervous breakdown had om een uur of 4 in de nacht, terwijl op de achtergrond een anderhalf-jarig jongetje de hele buurt bij elkaar aan het gillen was. “Ik kán dit niet meer! Wat móeten we nu toch? Ik wéét het niet meeheeheer!!” brulde ik tegen Paul’s schouder, terwijl hij me bemoedigend over mijn rug wreef en zich onderwijl waarschijnlijk afvroeg of hij straks een schoon shirt aan moest omdat dit keer niet zijn zoon, maar zijn vrouw het compleet had ondergesnotterd en -gekwijld.
De hierop volgende dag verzamelde ik informatie, dacht ik na, sprak ik on-line met andere dreumesouders en probeerde ik de situatie vanuit zoveel mogelijk invalshoeken te bekijken. Ik verzon een plan. Ik stelde een lijstje op met aanpassingen en regels voor onszelf. De nachtfles afbouwen, 10 cc per nacht. Boven niet meer spelen. Al het speelgoed weg uit Stef’s kamer. Na het eten benéden uitrazen, eenmaal boven is meteen naar bed. Overdag niet langer als 2 uur slapen. Bij het bedritueel voorlezen in plaats van samen door een boekje bladeren.
We verwachtten oorlog. We verwachtten vreselijke tijden. Een periode van een paar weken zouden we amper nog in staat zijn uit onze ogen te kijken.
Maar het bleek eigenlijk al niet meer erger te kunnen als hoe het al wás. Ongelooflijk maar waar: vanaf díe dag ging het beter, op elk mogelijk vlak. Eén nacht, de derde binnen het nieuwe regime, was vreselijk: die dag had hij -naast zijn 2 uur durende middagtuk- nog een kleine 3 kwartier slaap in de auto meegepakt en was hij tijdens het bedritueel in een soort an ADHD-bui terechtgekomen. Elk uur wakker, de nacht from hell. Maar voor het overige lijkt de aanpak te werken als een gek! Geen nachtelijke huilsessies meer, maar meteen na zijn fles weer slapen. Dat zijn fles telkens minder inhoud heeft deert hem tot nu toe niks. En best of all: hij wordt ineens ook niet meer zo belachelijk vroeg wakker! We zijn oprecht in shock and awe over hoe snel en hoe goed onze nieuwe aanpak werkt. We zijn er nog niet, de fles moet nog verder worden afgebouwd. Maar voor nu zijn we blij.. Vanmorgen was toch wel het toppunt: een keer of vier heb ik ingespannen zitten luisteren of mijn zoon nog wel ademde, me afvragend wanneer een kind eigenlijk gewoon slaapt en wanneer het een coma is en je de dokter zou moeten bellen. Hij werd wakker om ACHT UUR!!
*: variërend van een paar minuten tot 3,5 uur achter elkaar.













