En meteen schoot ik in standje overdrive: troep eruit! Opgeruimd huis, opgeruimd hoofd. Ik verfde een muur. We kochten een nieuwe bank en een nieuwe wandkast. We maakten plannen voor het vervangen van de eettafel en de stoelen.
De wandkast moet in elkaar en dan worden ingeruimd. Schilderijen en nieuwe brandalarmen moeten worden opgehangen, net als een ander traphekje.
Het moet allemaal anders. Ruimtelijker. Meer kleur.
Wij wonen nu al een half jaar in een ééngezinswoning met een tuin, een carport en heel erg veel ruimte. Nog bijna dagelijks vertel ik mijn lief hoe gelukkig ik me hier voel, hoe blij ik ben dat we dit gedaan hebben. We voelen ons hier thuis, we hebben onze draai gevonden. De katten zijn geen enkele keer ziek meer geweest en hoeven geen medicijnen meer.
Maar, zo zei ik vandeweek tegen Paul, er wringt iets. De woonkamer, om precies te zijn. De vloer is wit betegeld. De muren zijn wit. Toen we verhuisden konden we het niet eens worden over een kleur op de muur en we hadden weinig tijd. Bij de vorige bewoners was ook alles wit en dat zag er prima uit. Wij zagen alleen één detail over het hoofd: onze meubels zijn anders. Wij houden van strak. Van wit en zilvergrijs. Van glas. Van koude kleuren. Met ons meubilair in datzelfde huis is de woonkamer ineens een kille bedoeling. Onaf. We kochten een kleed voor op de vloer, maar op de één of andere manier staat dat alleen nog maar belachelijker: alsof we een speelgoedkleed neer hebben gelegd.
Dus het moet anders. Ik zag een kleur op een foto en die bleef hangen in mijn hoofd. Ik liet het aan Paul zien en ook hij voelde er wel iets voor. Een andere bank dan ook wel, op termijn. En een andere eettafel. Glas verruilen voor hout, stof voor kunstleer. De andere kast die we toch al wilden kopen dan misschien toch maar niet in het wit, maar in het bruinzwart aanschaffen? We denken er nog even over na. Maar anders zal het worden, dat zeker.
De muur wordt mijn project, Paul zal zich toe gaan leggen op een ren buiten, voor de katten. Voor hen is dit weer alleen maar enórm frustrerend: ook zij willen graag naar buiten, maar zij mogen nog niet. Met veel spijt beseffen we ons dat het niet meer gaat lukken om de ren te maken voor wij met vakantie gaan. Hopelijk kan ‘ie daarna snel gebouwd worden.
Het voelt goed, weer aan de klus. Ik heb er zin in.
In veel opzichten verandert de manier waarop je leeft met de komst van een kind. Uitgaan, je dagelijkse ritme, hoe laat je opstaat en naar bed gaat, wanneer je werkt, wanneer je boodschappen doet.. Wanneer je schoonmaakt. Ooit deden we het hele huis in een paar uurtjes in de week, samen als gekken erdoorheen en de rest van de week waren we vooral héél goed in stapelen. Toen werd ik zwanger en naarmate mijn bekkenklachten en ischias meer beslag op mijn lijf en leden legden, des te meer kwam er op de schouders van Paul te rusten. Die daarnaast ook nog eens 3 keer in de week rijles had, een babykamer op orde moest zien te krijgen én gewoon full-time werkte. Je hoeft geen genie te zijn om te bedenken wat dat ongeveer deed met het huishouden, maar ook met het ritme waar we in zaten.
Stef werd geboren en de wereld stond nog veel méér op z’n kop. In een te klein huis met 6 personen troep maken en slechts anderhalf persoon om het weer op te ruimen (door mijn bekken heb ik nooit meer helemáál alles gekund, zo bleef stofzuigen voor mij rampzalig), tja.. Pas nu we verhuisd zijn en in ons nieuwe huis beginnen uit te vinden hoe we alles het beste kunnen doen vinden we ook hierin onszelf weer terug. Helemaal opnieuw, alles anders. We betrappen ons er regelmatig op dat we -OMG!- steeds meer op onze ouders beginnen te lijken hierin: na het avondeten metéén de afwas weg, elke dag een was draaien zodat het bij te benen blijft, af en toe tussendoor eens vegen of dweilen.. We houden het, jawél, bij en zijn daar zelf nog het meest verbaasd om. En kon ik me dat een paar jaar geleden écht niet indenken, nu vind ik het nog fijn zo ook.. Het tij kan keren.
Wat daarbij ook een openbaring is is onze nieuwe stofzuiger*. Niet alleen krijgen we kattenharen nu echt weg, niet alleen hoeven we nooit meer stofzuigerzakken te kopen, maar het mooiste: met deze lukt het me wél! Nooit hadden we gedacht dat mijn onvermogen ongehavend uit een rondjes stofzuigen te komen niet alleen aan mijn bekken, maar mínstens evenveel aan de stofzuiger die we hadden lag. Onze nieuwe Dyson roels, ik ben fan! Ohja, en wat ook best fijn is: Stef vind ‘m ook leuk
Gezellig samen stofzuigen: vorige week speelde hij met het snoer, gisteren ‘stofzoog’ hij met mij mee door met zijn loopkar ook heen-en-weer te rijden over de vloer. Net een stofzuiger <3
*: Vlak na onze verhuizing gaven achtereenvolgens de wasmachine én de stofzuiger de geest.
Stef vermaakte zich een weekendje bij opa en oma. Wij vermaakten ons een weekendje met klusjes (en een avondje kroeg met vrienden). We kregen meer klusjes af als we verwachtten en verheugen ons weer op ons volgende klusdagje.. Zodra we weer even wat tijd met Stef hebben doorgebracht
Ik maakte een speelplekje voor Stef in de woonkamer. Vier plankjes in de boekenkast met zijn speelgoed en boekjes en zodra ik het van zolder heb gehaald zijn speelkleed ervoor. De box gaat deze week naar boven.
In Stef’s kamer sloot Paul de koof af bovenin de kamer, hing de lamp op, verving het stopcontact en hing schilderijtjes op. Ondertussen is ook het snoer van Stef’s bedlampje vastgezet.
Verder hingen we nog meer lampen op, verwijderden we de laatste lijmresten van de trap, werd er ook in de keuken nog een stopcontact vervangen en kreeg de badkamer een poetsbeurt. De volgende klusdag zullen we besteden aan het maken van een splinternieuwe Mariomuur in Stef’s kamer en het opplakken van een mooie muursticker in ons eigen domein.
Knisperend door de sneeuw loop ik terug naar huis. Huis. Het is een vreemd besef, dat je ergens woont, dat je ergens een thuis hebt, waar je gewoonten hebt opgebouwd, een ritme hebt, waar je weet hoe de dingen moeten. En dan, zomaar ineens, is dat weg. Staan je spullen ergens anders. In dozen. Ben je alles kwijt. Niet alleen je handcrème en je tandpasta, maar ook je regelmaat, je vaste plekjes, je handigheidjes.
Maar wat óók meteen al duidelijk is: het was tijd. Het is goed zo. Wij pássen hier. Vanaf dag 1 al zeer content met de vloerverwarming. Samen met Stef kunnen douchen is een verademing. De katten hebben hier meer ruimte en er zijn dingen* onderweg om het ook voor hen een droomhuis te maken. Stef vind het hier kort gezegd briljant, hij stuitert de hele dag de kamer door, speelt met alles, heeft alle ruimte, klappert graag met de keukendeurtjes (tot spijt van ons en, ongetwijfeld, ook van onze buren).
En vandaag ben ik vrij en is Stef op de opvang, dus is het tijd om spijkers met koppen te slaan. Zij die gaan ruimen groeten u!
*: Ik bestelde gisteren een enórme krabpaal, zodat ze van hoog boven de grond cq Stef alles kunnen overzien en naar buiten kunnen kijken. Dit weekend monteren we ook een kattenluikje in de deur tussen de gang en de woonkamer, zodat ze alle vrijheid hebben. En in onze slaapkamer komt een tunnel-stelsel waarin ze kunnen spelen <3
We schieten behoorlijk op! De woonkamer is helemaal opnieuw gewit, het trapgat van de begane grond naar de eerste verdieping ook, de trap van de eerste verdieping naar de zolder is van een regenboog voorzien*, onze slaapkamer is bijna helemaal af** en Stef’s kamer is bijna volledig van behang voorzien. Ik heb niet alles gefotografeerd, omdat dat een beetje loos voelde, maar ‘mijn’ trap en onze slaapkamer stel ik hier gráág tentoon
Gisteren:
Vandaag:
*: In het huisje waar wij samen gingen wonen hadden we een ‘regenboogjestrap’ gemaakt. Het was werkelijk het énige dat ik zonde vond om achter te laten toen wij naar onze huidige woning verhuisden; niet meer als logisch dus, om die regenboog weer terug te vragen wanneer de mogelijkheid zich voordoet
**: Op wat randjes vloerbedekking afsnijden en het plakken van een nog te ontvangen muursticker na, dan. De sticker komt op de -op deze foto’s niet al te best in beeld gekomen- zilveren muur. Foto’s volgen zodra de sticker binnen is en erop zit!
Zelfs de títel van dit logje is al ongeïnspireerd; als ik eraan denk schiet ik klaarblijkelijk al op slot. Over een goede twee weken krijgen we de sleutel van ons nieuwe huis en kunnen we aan de slag! Hoera!
In veel opzichten leef ik zo zeer naar dit moment toe dat ik er bijna scheel van zie. Maar één ding zit me dwarser dan een dwars doorgeslikt kippenbotje: we hebben nog altijd geen plan omtrent Stef’s nieuwe kamer. Het babykamertje dat we maakten bedachten we door een ingeving, een ‘Eureka!’-moment van jewelste. Ongeëvenaard, zo blijkt, want bij elke poging om iets anders te bedenken eindigt het met een ‘meh’-gevoel.
Creativiteit kun je niet dwingen en er druk op leggen werkt avenrechts. Ik weet het heus.. Maar ondertussen begin ik te wanhopen. Waar blijft dat one-in-a-million-lucky shot? Het zou zo handig zijn als we op z’n minst wisten welke kleur er op de muur moest, iets moois van het geheel maken kan later ook nog wel.
… Of grijpen we erop terug? Durven we dat? Wíllen we dat? Nóg een mario-kamer? Tja. Enerzijds afgezaagd. Anderszijds.. vertrouwd. Wat weegt zwaarder voor een jongetje van (dan) net 1 waarvan de hele wereld ineens op z’n kop staat?
Een tijdje geleden, toen we eenmaal hadden bedacht dat nu misschien wel een betere tijd was om te verhuizen dan dat wij in onze lange termijnplanning hadden erkend, spraken wij met een hypotheekadviseur. Deze hypotheekadviseur vertelde ons hoe het ervoor stond, wat wij konden verwachten en berekende hoeveel geld wij aan een huis konden uitgeven. Dat bedrag was aanzíenlijk: veel meer dan dat wij ooit gedacht hadden.
We vertelden dat we dit bedrag bij lange na niet nodig hadden en hielden vast aan het bedrag waarvoor wij een offerte hadden aangevraagd. Nu waren we eenmaal voorgelicht en hadden een beeld van de ruimte die we hadden: de zoektocht kon beginnen! Met het advies van de adviseur in ons achterhoofd bekeken we nieuwbouwprojecten en bestaande woningen en ja, we keken ietsjes ruimer dan dat we gepland hadden, een heel klein beetje speelruimte hebben was prettig en maakte nét het verschil tussen een wat groter huis en een huis dat aan onze wensen voldeed.
We vonden een huis. Een huis dat zo mooi was dat we meteen bij de eerste keer dat we er keken al het gevoel hadden: dit is geweldig! Maar ergens wrong het: ik vind hypotheekadviseurs altijd een beetje eng en ik had ergens een onbestemd gevoel.. Uiteindelijk besloot ik mijn trots in te slikken en mijn ‘ik regel het allemaal zelf wel’ te laten varen: ik belde een contact vanuit mijn tijd bij het assurantiekantoor. Iemand die ik écht vertrouw. Eén van zijn collega’s nam uitgebreid de tijd voor ons, sprak met ons over hypotheekvormen, berekende onze ruimte. Mijn onderbuikgevoel bleek er niet naast te zitten: die enorme extra ruimte, die wás er gewoonweg niet. Onze eerste, eigen inschatting was juist geweest. Het huis dat wij nu op het oog hadden bleek éigenlijk net wat te hoog gegrepen. Hoog, maar niet onmogelijk.. Maar aan onze top zitten, dat wilden we niet.
We waren ondertussen al bezig met de onderhandelingen en een wonder geschiedde. Paul onderhandelde dusdanig goed dat we het huis, hét huis, toch kunnen kopen. We zijn verwonderd en geloven het nog maar half: er komt vast nog iets waardoor het allemaal niet door kan gaan. Want dit kan vást niet. Zo’n mooi huis? Wíj?
In december gaan we dus verhuizen. Al geloven we het nog steeds maar half. Dit zal het huis worden waar Stef op zal groeien. In de tuin zal spelen. Zich -hopelijk- veilig en vertrouwd zal voelen.
Waar hopelijk de katten weer de ruimte zullen hebben zichzelf te zijn.