Al een tijdje sluimerde het. Af en aan had ik dipjes en voelde ik me.. Ja, wat eigenlijk? Belemmerd, zo zou je het het beste kunnen noemen. Al is dat een te zwaar woord voor wat ik voelde. Maar het ging goed verder, het zat ook niet echt tegen, dus ik besteedde er niet al te veel aandacht aan. Beloofde mezelf te mogen stoppen wanneer ik niet meer wilde, maar door te gaan zo lang er zich nog geen ander plan vormde. Zoals met veel dingen die bij het moederschap komen kijken nam ik alles zoals het kwam en bekeek ik het van dag tot dag. Ik legde mijn twijfels naast me neer tot nader order.
Stef is nu bijna een half jaar oud en nu hij eenmaal stilletjesaan is begonnen met de bijvoeding en de papjes begint het toch weer te borrelen. Die borstvoeding, dat is iets dat mij heel erg na aan het hart ligt. Nooit had ik vantevoren gedacht dat ik hier zo mee bezig zou zijn, dat ik zo ver zou komen, dat Stef en ik het er beiden zo goed op zouden doen. Ik heb geen seconde spijt gehad van deze keuze, maar nu begint het toch zwaar te worden. Zwaar om te kolven op mijn werk. Het kost veel tijd, het onderbreekt constant mijn werk en ik heb het gevoel dat ik alleen maar op de tijd aan het letten ben om te zorgen dat ik wel op het moment dat de kolfruimte voor me gereserveerd is gá kolven. En zwaar als Stef weer eens heeft bedacht dat de wereld vééls te interessant is om zijn aandacht bij het drinken te houden. Aanhappen-loslaten-aanhappen-loslaten-aanhappen-loslaten gaat op den duur pijn doen.
Nu Stef dus een papje krijgt elke dag, en nu Stef een hapje krijgt elke dag merk ik dat hij voedingen begint over te slaan. Dat dit samenvalt met iets dat ik het beste kan omschrijven als ‘aandachtsverlies’ bij mij heeft me de afgelopen week veel stof tot nadenken gegeven. Helemáál stoppen wil ik niet. Ik zie het gewoon niet voor me. Maar ik ken mezelf: op het moment dat ik afgeleid raak van iets dat mij voorheen erg heeft beziggehouden zegt iets over mijn inzet voor deze bezigheid. Dat ik dus constant vergeet of bijna vergeet te kolven zegt dus een hoop.
Na een week nadenken ben ik dus tot een besluit gekomen: ik ga afbouwen. Niet helemaal, maar voorlopig de helft van de voedingen die ik nu geef. Eén fruithapje, één warme maaltijd en één papje in plaats van drie van de zes voedingen is waar we nu langzaam naartoe gaan werken. Dit komt overeen met de voorschriften voor bijvoeding en het enige verschil met niet-afbouwen is, dat we de voorraad moedermelk in onze vriezer gaan gebruiken voor de papjes. Als dit op is zullen we papjes kopen die zijn aangemaakt met kunstvoeding. Als we op dit punt zitten zien we wel weer verder. En wellicht, zoals het er nu naar uitziet, zal Stef zelf nog één van de zes voedingen laten vervallen. Twee borstvoedingen per etmaal kan ik hebben. Zes niet meer.
We laten het nu nog heel even op z’n beloop, tot Stef 6 maanden oud is. Ik wil, gevoelsmatig, dat eerste half jaar heel graag ‘volmaken’. Als dit gelukt is gaan we met voornoemd schema aan de slag. We zien wel.
Ik ben in elk geval opgelucht: ik heb een knoop doorgehakt. Ik zal de borstvoeding niet helemaal los hoeven laten, maar mezelf elke 3 uur in dienst stellen van mijn kind, of hij nu aanwezig is of niet, hoef ik binnenkort ook niet meer. Ik denk dat ik hier gelukkig mee zal zijn.
N.B.: Op de foto zie je hoe Stef voor het eerst een flesje (gekolfde) melk van zijn vader krijgt.







De eerste week van onze Stef is aan ons voorbij gevlogen, maar ik vond het, ondanks de nachtelijke voedingen, vooral mooi en bijzonder. En niet alleen ik voel dit zo: ook Paul is merkbaar en zichtbaar gelukkig.. Groetjes vanuit een gelukkig gezinnetje, dus!




