Ooit, toen ik nog zwanger was van Stef, kocht ik kaartjes voor een concert. Twee maanden na mijn uitgerekende datum, een concert in Amsterdam. Ik vertelde er enthousiast over aan wat moeders en zij riepen allemaal smalend “wacht jij maar tot jouw baby er is, dan ben jij niet meer zo enthousiast.”
Tante Suus paste op Stef en ik ging. Ik kolfde in de auto en heb me geen minuut rot gevoeld over het achterlaten van mijn twee maanden oude baby.
Ik hoorde van veel moeders hoe moeilijk het was je kleine, kleine kindje achter te laten bij de kinderopvang, die eerste keer. Maar ik bracht Stef voor wendagen en uiteindelijk ‘voor het echie’ en had er nooit een probleem mee. Op een paar momenten na, toen hij heel erg in zijn éénkennige fase zat, vond ik het naar om weg te lopen. Die keren zijn op één hand te tellen en meestal hoorde ik hem al niet meer als ik aan het einde van de gang was.
Stef is een content en makkelijk kereltje en dat is precies zoals ik het zelf ook altijd heb ervaren om hem los te laten: iets waar ik content mee ben, iets dat mij gemakkelijk af gaat.
En toen verloren wij Gabriël en ervoeren wij aan den lijve de kwetsbaarheid van ons kind.
Sindsdien vind ik het vreselijk moeilijk. Stef bij mijn ouders laten om naar een verjaardagsfeest te gaan, Stef naar de opvang brengen en hem de hele dag niet zien, hem een halve seconde uit het oog verliezen in een winkel, hem in bed leggen.. Altijd is er nu die angst. ‘Misschien is dit de laatste keer dat ik je zie’. En ik ben bang. Ik schijt werkelijk in mijn broek dat hem iets gebeurt, dat we hem kwijtraken. Dat ene kind dat bij ons mag zijn, hij gaat toch niet weg? Het kan zomaar, kinderen worden aangereden, krijgen de meest vreselijke ziekten, worden ontvoerd of stikken in hun bedjes terwijl het huis in brand staat. Ik weet dat dit moet slijten, dat het een logisch gevolg is van wat ons is overkomen en dat het een plekje zal krijgen. Maar ondertussen worstel ik; ik ben niet meer die makkelijke, laid-back mom die haar kind vrijheid in gebondenheid geeft.
De rimpelingen die het afgelopen jaar op mijn gladde oppervlak hebben achtergelaten zijn soms grotere golven dan je aan de buitenkant kunt zien en de golven raken de wal op meer plekken dan ik zelf soms verwacht.
Ik worstel en kom boven?



Hij werd vreselijk verwend, at voor het eerst een taartje (en vond slagroom enorm vies), moest lachen toen er voor hem gezongen werd.








