Gabriël
Wij krijgen een zoon. Hij heet Gabriël.
Onze engel.
Wij krijgen een zoon. Hij heet Gabriël.
Onze engel.
Trisomie 18.
Niet verenigbaar met het leven.
Zo hard huilen dat je collega’s mee gaan doen. Maar ook zeker weten dat je nooit zal moeten kiezen tussen twee kwaden.
Ik huilde mijn ogen uit mijn kop terwijl ik twee broodjes filet american at. Ik kocht een belachelijk duur oogschaduwpalet en probeer Paul te overtuigen van de heilzame werking van nú in de auto springen voor een Nintendo 3DS.
Geen troostaankoop zal ooit het gapende gat in mijn hart kunnen helen, maar ik verlang intens naar iets dat mijn gedachten kan vullen met iets anders als de dood en de bevalling die ik nog zal moeten doorstaan zonder een gezond kindje aan het einde ervan. In één klap niet meer in verwachting, maar nog wel zwanger. Niemand weet wat ze moeten zeggen.
Ik ook niet.
In mijn hoofd schreef ik blogposts vol. Over een koortsig, ziek jongetje in mijn bed, zijn handje in de mijne. Over moe zijn, over misselijk zijn, over onderzoeken naar oorzaken van miskramen en uitkomsten daarvan. Over plotselinge wonders, totaal onverwacht, over medicijnen en de toekomst. Maar ik deed het niet. Ik schreef het niet. Ik sliep, en ik spuugde tot ik ervan uitdroogde en aan het infuus moest, en ik wachtte. Ik schreef zélfs niets over mijn tweejarige zoon, want dat is hij toch echt: donderdag was hij jarig.
Ik schreef het niet, want het ging anders. Het jubelbericht ‘ik ben zwanger! Al 13 weken en het gaat goed!’ bleef uit, want de dag voor mijn kleine, grote Stef 2 werd zei de echo, waarmee we aan de buitenwereld wilden bewijzen dat déze zwangerschap toch echt dé zwangerschap zou zijn, dat het niet goed gaat. De dag dat mijn kind jarig was kon ik hem niet eens feliciteren toen hij uit zijn bedje kwam, want hij logeerde bij mijn ouders (met 40 graden koorts er gratis bij). Wij moesten slag op stoot naar Leiden, voor een vlokkentest, want de nekplooi van ons kindje is dermate verdikt dat men denkt aan een drietal afwijkingen. Deze afwijkingen zijn geen van allen ‘met het leven verenigbaar’ en de ernst van de situatie is dus dermate, dat wij binnen een dag in Leiden terecht konden voor onderzoek. De nekplooi mag maximaal 3,5 milimeter zijn. Onderzoeken naar ernstig verdikte nekplooien, van ongeveer 8 milimeter, wijzen uit dat er weinig kansen zijn op een gezond kindje. Onze baby heeft een nekplooi van 11 milimeter. Dat is hoe het is. Dat is waar wij staan.
Dertien weken zwangerschap, zo goed als zeker een bevalling in de toekomst, maar of dit van een levend kindje zal zijn..? En wanneer? We weten het niet. Aanstaande dinsdag krijgen we een eerste uitslag van de vlokkentest, de volledige uitslag volgt over 2 weken. Komt daar niets uit volgt uitgebreid onderzoek naar hartafwijkingen bij de baby en een vruchtwaterpunctie. Dus wij houden onze adem in, en wachten. Alweer.
En het aller-oneerlijkste? Dat dit ons nu weer overkomt? Of de onzekerheid? Nee. Het aller-oneerlijkste was het prachtige profieltje dat we zagen, een écht gezichtje al, een kindje met handjes en voetjes en vingertjes die bewogen.. Bij een echo die tegelijkertijd zei ‘maar waarschijnlijk ga ik dood’.
Ik postte de laatste tijd bar weinig. Alsof ik mijn adem inhield. Zelfs in standje ‘private’ durfde ik mijn gedachten niet aan het virtuele papier toe te vertrouwen. En daarbij was ik zo in-en-in hóndsmoe dat het er ook niet van kwam om over ‘normale’ dingen te schrijven. Wij hielden onze adem in en wachtten.
Ik kreeg bezorgde berichtjes over mijn vermoeidheid. Ging het allemaal wel goed? Mijn moeder stuurde me zelfs langs de dokter om bloed te prikken. Bloed prikken deed ik, maar niet op haar verzoek, maar op verzoek van de verloskundige. De vermoeidheid hoorde er nu eenmaal bij.
De nachten die Stef maakte maakten het niet makkelijker. Ik was al snel over mijn grens heen en we verzonnen plannen om de nachten draaglijker te maken.
De dagen verstreken. Tergend langzaam, maar ze gingen. De zwangerschap bleef. Waar we na 3 miskramen niet meer op durfden te hopen groeide tóch. We begonnen, ondanks onszelf, toch hoop te krijgen. En toen kreeg ik een bloeding waarvan ik -uiteraard- metéén in hyperdrive schoot. De verloskundige regelde een spoedecho. Het bloedverlies werd nog wat erger en ik nam afscheid in mijn hoofd. Van de zwangerschap, van de wens. Een tweede kind krijgen hoefde zo niet voor mij. Te belastend voor ons gezin. Teveel verdriet voor ons.
Maar de echo oordeelde anders: een knipperend lampje duidde een hartslag aan. Klein en snel; ze liet het horen. Ik huilde. Het was uiteraard geen belofte voor de toekomst, maar de echoscopiste zag dat het er allemaal kéurig uitzag. Volgens het boekje, niets op aan te merken. Mooi afgesloten, nergens ook maar een beetje bloed. Het bloed moest van buitenaf komen, stelde ze vast. De verloskundige voorspelde later aan de telefoon dat het misschien nog vaker zou gebeuren, zo’n bloeding, maar daar moest ik dan niet al te erg van schrikken.
De volgende bloeding kwam en ging en ik kon het aan.
En toen nog één. Deze hield aan, maar was zo lichtjes, dat ik het vertrouwen hield. Even twijfelde ik aan ons besluit, maar ik was de priemende blikken en de vragen over mijn -al aardig dikke- buik zó zat dat ik op mijn werk koek uitdeelde en vertelde van ons voorzichtige geluk. Gisteren, een dag later, bleek ik terecht te hebben getwijfeld. Het bloeden werd erger. Ik voelde een rare druk op mijn onderbuik. In paniek liet ik Paul de verloskundige bellen, want ik kon zelf niet meer uit mijn woorden komen. Te vroeg in de zwangerschap voor een onderzoek door de verloskundige zelf, luidde het oordeel. En een echo zou niks zeggen zolang de bloeding aanhield. Afwachten. Ondertussen voelde ik een bekend gevoel opkomen in mijn onderrug. Ik wíst het, maar ik wilde het niet weten. Hoe kun je vechten tegen iets dat vanzelf gaat?
Vier gaten heb ik nu in mijn hart. Alsof het steekje voor steekje ontrafeld wordt. De buikpijn is nu bijna weg, het bloeden neemt al af. En stom genoeg weigert er iets in mij op te geven, alsof er nog hoop is.. Ik heb het kindje zelf gezien, met mijn eigen ogen, ik heb het zélf -hoe oneerbiedig- doorgespoeld. Haar verhaal houdt een heel klein, miniscúúl sprankje van mijn hoop levend waar ik beter voor 100% los zou kunnen laten. Maar ik kan het niet. Dat knipperdende lampje blijft maar hangen in mijn hoofd. Waarom moest ik in vredesnaam twéé keer afscheid nemen? Had het lekker bij die ene keer gehouden.. Nu had ik een kloppend hartje, en nu alsnog niks.
Het was van míj. Geef het terug. Geef het godverdomme TERUG!
Mijn kind zal waarschijnlijk* geen broertje of zusje krijgen. Mijn hart kan geen nieuwe gaten aan. Mijn gezin lijdt onder mijn verdriet. Tegelijk met de tranen die ik maar blijf huilen is er ook een besef, waaraan ik me vastklamp alsof mijn leven ervanaf hangt: ik was vijf keer zwanger. Vijf keer. Dat betekent dat er één wel is gebleven. Als ik omkijk zie ik hem een dansje doen bij een liedje van het Zandkasteel. Mijn lieve kleine wonder. Dat wonder, dat heb ik. En sinds gisteren alleen al heb ik daarvoor al wel duizend keer God op mijn blote knieën bedankt.
So be it. Ik voel me ontrafeld, maar samen met mijn liefste, mijn wonder en mijn 3 pluizebollen maak ik er wel weer wat van..
*: Zeg nooit nooit.
Nooit geweten dat dat kon, maar mijn buik is gekrompen, en niet zo’n beetje ook! Was de baby al aardig ingedaald, na nog een ochtendje indalingspijn en wat rare bewegingen van binnen durf ik nu te denken dat hij nu toch echt helemaal danwel bijna helemaal is gezakt (en wellicht ook al vast ligt). Daarnaast denk ik dat Streepje nu is gedraaid; voorheen lag hij met zijn rug in mijn linkerzij en met zijn benen in de rechter. Nadat ik Paul van dit heuglijke feit op de hoogte had gesteld strompelde ik uit bed, keek in de spiegel, en viel zowat om van verbazing. Naar beneden kijken leverde zelfs nog een spannender beeld op: ik kan mijn voeten weer zien! See for yourself, dit is met 35 weken precies (waarna ik, naar horen zeggen, in eerste instantie nog zichtbaar gegroeid was):
En dit is vandaag, met 36 weken en 1 dag! O_O
We tellen 32 dagen tot de dag dat ik ben uitgerekend en dit weekend heeft ons huis een laatste metamorfose ondergaan. In de woonkamer staat nu een box, met een boxkleed en een Nijntje-mobile. Ernaast staat een Maxicosi met een mooie blauwe voetenzak. In de babykamer staat een geweldig mooie, op en top bekleedde wieg*. En naast die wieg staat een wasrek met de eerste drogende babywas. Morgen volgt deel 2, als ik doekjes heb gehaald die gaan voorkomen dat Streepjes bruine pakje het blauwe vestje verkleurt, of het blauwe vestje het groene rompertje aansteekt, of anderszins. Vandaag hebben we de laatste details toegevoegd aan het geboortekaartje, zodat we vandeweek een proefdrukje op kunnen halen. Onze draagdoek is ondertussen ook in het land. En Paul haalde vandaag zijn vrijstellingen bij zijn tussentijdse toets, zodat hij bij zijn komende rij-examen alléén maar hoeft te rijden. Ik ben onder de indruk van dit alles. En ik cocoon nog even verder: nog eventjes maar..
*: Foto’s volgen. Ben ik alleen een klein beetje vergeten, vandaag.
was ik exáct 35 weken zwanger. En maakte ik deze foto’s:
Fat chick in da house!
Woensdag bij de verloskundige bleek dat Streepje al keurig was ingedaald en verder was alles prima.
En ondertussen is ons huis schoon en opgeruimd en kan ons weekend beginnen..
De muur die we een week geleden maakten:
De muur waar we vandaag mee aan de slag gingen:
Daarna de commode in elkaar:
Het bijgeleverde sierplankje vonden we niet mooi, dus vroegen we mijn vader er een vervangend plankje voor te maken. Dat deed hij, en hóe! :
Dus zo is het nu:
Briljánt he? :w00t: We zijn zó trots! Nu alleen nog de wieg erin, en we zijn er!
Ik was al bijna vergeten hoe het voelt om zelf mijn boontjes te kunnen doppen. Als je al een tijd behoorlijk afhankelijk bent van anderen voor de meest uiteenlopende zaken (tel daar sinds vandaag ‘mijn veters strikken als er even geen stoel voorhanden is’ bij op) ontwen je het bevredigende gevoel van iets zélf doen. Iets áfronden. Maar nu we de laatste hand aan de babykamer aan het leggen zijn is er een klusje dat ik heel goed zelluf kan: we hebben zelfs stickers gemaakt voor de tweede muur die we willen versieren en de prints hiervan moeten worden uitgesneden. En dat is een prima werkje voor een Dikkie Dik en ookal heb ik nu chronisch 2 lamme armen, zodadelijk ga ik de laatste 10 stickers doen en dan zit het klusje erop. Iets dat ik helemaal alleen heb kunnen doen! Yay!
Morgen gaan we* ze dan opplakken en hopelijk kan komende week ergens de commode in elkaar gezet worden. Dan hangt Paul meteen ook de rails en de gordijnen op, en dan vind ik het wel tijd voor foto’s. (Hoewel ik me morgen waarschijnlijk toch niet kan bedwingen en vast al wel een muurtje of twee neerzet hier..) :w00t:
We hebben met elkaar afgesproken dat de kamer uiterlijk komend weekend klaar zal zijn en dat geeft mij een heleboel rust, want ik stuiter zo onderhand op mijn hoofd de kamer door van dat onafgemaakte kamertje. Dat het eindresultaat bizár leuk is maakt dan wel weer een hele hoop goed hoor
Verders is er eigenlijk weinig te melden hier, het gaat best goed eigenlijk. Wat rug, bekken en been betreft heb ik goede en minder goede dagen, de ijzerpillen hielpen binnen een paar dagen al waardoor ik de meeste dagen nu prima doorkom zonder middagtukje what-so-ever (een hele verbetering: ik heb ineens een heleboel extra dag!) en ik heb geen idee wat ik uitvoer, maar ik héb het me toch druk hierzo! Ik kom mijn dagen prima door, dus..
*: Dat betekent dan dat Paul ze opplakt terwijl ik aanwijzingen geef vanaf de voedingsstoel-to-be