Het begon met een doel. Ik las ergens dat mijn favoriete artiest op zou treden op een nieuw festival in Leeuwarden. Ik sprak mijn beste vriendin, ik sprak één van mijn beste vrienden. Zij wilden wel. Een plan vormde zich: ik heb hele lieve vrienden in Friesland wonen, die ik héél graag weer eens wilde zien. Contacten werden gelegd, afspraken gemaakt, kaartjes gekocht. Zes euro en zesenzestig cent voor het zien van een Grootheid; de halfgod van het gehoor, wat mij betreft. Alles, maar dan ook alles dat wij planden voor deze dag was iets om naar uit te kijken. Een roadtrip voor twee, de reis zelf misschien al het doel op zich. Langs onze weg plekken met mensen en gebeurtenissen om heel, héél erg blij van te worden.
Samen met mijn beste vriendin stapte ik in de auto. We luisterden naar één van de nieuwe cd’s van de man naar wiens optreden wij reikhalzend uitkeken. Kletsen, een stop bij de McDonalds, vechten met de sat nav (of met de verbinding, eigenlijk). Geen haast. Wél gezellig.
Onze eerste stop was een plaatsje dat niet op de borden werd aangegeven*. Toen we het huis bereikten waar we wezen moesten waren we, kan ik bekennen, best een beetje opgelucht: de verbinding met de GPS-satelieten was nogal droevig. We zochten het huisnummer op en liepen eerst verkeerd. “Dan moet het het verstopte huis wel zijn” zei Eef. En dat was het: een verstopt huis. De vrouw des huizes zou het later een ‘verwilderde tuin’ noemen, maar heel stiekem vond ik het perfect. De vlinders in de struiken, het allerminst onzichtbare, maar toch wat verlegen huis erachter. Van binnen was het prachtig en warm. En we werden verwend! Orval- kaas en bier (waarvan de laatste me, na een rit van 2,5 uur en een slechte verdraagzaamheid voor bier al snel een blos op de wangen bezorgde), worst, brood.. Fries leren ging ons beduidend minder goed af dan onze gastdame en -heer hun Orval-heerlijkheden afhandig maken. Het was geweldig hen weer te zien, mensen om blij van te worden. Hun dochter zou ik zó meenemen, henzelf zou ik met liefde hier ergens in de straat zien huisvesten. We hebben gelachen en genoten.
Ons volgende stukje rijden was niet minder onhandig wegens diezelfde weigerende GPS, doch onze aankomst verassend gemakkelijk. Het is verbazingwekkend op welke plekken je nog blijkt te kunnen komen met een haperende routemiep die overal spookrotondes ziet. Onze ontvangst was even hartelijk, de stilte in de tuin overdonderde ons. Wonen in een stad maar nauwelijks omgevingsgeluid. Wonderlijk. We speelden met de zoon des huizes (een jongetje dat áltijd lacht en de liefste kusjes geeft <3 ), kletsten wat, aten. We maakten alvast onze logeerbedden op. Onze gastvrouwe was zo lief ons af te zetten op de plek waar het allemaal mee begon: het Oldehoofsterkerkhof.
Op het terras ontmoetten we vriend Jordy en zijn vrienden, bij wie we ons aansloten en prima vermaakten. Ruim op tijd voor Radio Ziltoid stonden we weer op het festivalterrein. En het was Verpletterend. Overdonderend. Prachtig. Ontroerend. Briljant. Kun je van iemand houden die je nog nooit in persoon hebt ontmoet? Want dan hóu ik van Devin Townsend**. Het optreden had slechts kleine keerzijden. Zo kon ik goed merken dat ik een Oude Doosch aan het worden ben: waar ik crowdsurfen vroeger enorm cool en hip enzo vond ergerde ik me nu werkelijk dood aan de mensen die nu in groten getale besloten hun kisten (werkelijk, het zijn nooit eens de mensen met gympies die ervoor gaan he?) in de gezichten van hun mede-festivalgangers te planten. Mijn bril kon ik ternauwernood redden, de sfeer van 2 liedjes raakte ik er even mee kwijt. En hoewel ik de sfeer er geweldig in vond zitten vind ik een eigen optreden toch.. Anders. Intiemer, ofzo. Desalniettemin was het geweldig. Het feit dat hij mijn grote favoriet van de laatste cd, Juular, speelde was op zichzelf al de betaalde € 6,66 waard.
Na opgehaald te zijn (ongekende luxe!) trokken we met z’n drietjes nog een flesje wijn open; ik, Eef en onze gastvrouw Laura. Het was misschien maar goed dat de fles leeg ging, want het was eigenlijk té gezellig om naar bed te gaan. Ook hier was het lot ons echter gunstig gezind; de zoon des huizes gunde het ons uit te slapen tot kwart over tien!
In verband met Eef’s allergie voor katten was het voor ons al snel zaak om op huis aan te gaan. De weg terug was ongeveer net zo fijn en ongehaast als de heenweg en ik heb slechts één puntje van spijt: dat wij niet echt tijd hebben gehad om mijn derde friese vriendin te ontmoeten voor wij weer vertrokken. Maar het was een geweldige reis, waarbij de doelen meer als een reis op zich voelden.
*: Iets waar onze stadse geesten de gedachten niet precies omheengekronkeld kregen: niet op de borden? Níet? Op de snelweg niet, ok.. Maar ook niet ná de afslag? Zelfs niet na de afslag van de afslag? Huh? Come again?
**: Niet in de groupie-type of way, overigens.