Ik heb er een verslaving bij. Nu ik een complete lijst heb van wat we nog nodig hebben voor de baby komt, we de tekeningen van het kamertje rond hebben én weten welke meubels en spulletjes we ongeveer willen hebben struin ik Marktplaats af. Ik zoek naar van alles en nog wat, bied op de spullen die ik tegenkom. Ik vind het leuk om te grasduinen tussen alles dat wordt aangeboden, het voelt als een soort virtuele koninginnemarkt. En ik vínd ook: het bedje dat we eigenlijk over een week of 3 nieuw wilden gaan kopen heb ik gevonden, evenals de schommelstoel die we al hadden uitgezocht op het internet, maar die nét voor we in de winkel kwamen uit het assortiment bleek te zijn gehaald. De voetenzak voor in de Maxicosi die ik eigenlijk te duur vond sinds we al een wrapper krijgen van datzelfde merk heb ik ook al gevonden voor weinig en ik heb een paar biedingen lopen op in nieuwstaat verkerende wasbare luiers.
En het stomme is, we zouden het best kunnen missen. De centjes die we nodig hebben om al die spullen nieuw te kopen hebben we wel. Maar het geeft zo veel voldoening de spullen die bij ons passen tweedehands te vinden, vaak voor een fractie van de prijs ook nog. Ze een tweede leven te geven. Een tijdje terug spraken Paul en ik al over duurzamer leven en deden we een aantal kleine aanpassingen aan ons dagelijks leven, waardoor we centjes, maar niet in de laatste plaats ook het mileu sparen. Wasnoten i.p.v. de chemische middelen die je in de supermarkt koopt. Een zandlopertje in de douche, om ons waterverbruik in te perken. Kleine dingen, die tóch impact kunnen hebben. In die lijn besloten we ook wat vaker te kijken naar tweedehands spulletjes en nu ik daar zo eenmaal mee bezig ben krijg ik de smaak te pakken. En dat voelt goed!
Er zullen altijd spullen blijven die wij nieuw zullen aanschaffen. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om tweedehands matrasjes aan te schaffen voor de wieg en het bedje. De luiers zullen, ondanks wat biedingen op losse exemplaren, voor het grote deel nieuw worden besteld. Naast de tweedehands aangeschafte kleding wil ik ook graag dat mijn kind zijn éigen kleertjes zal hebben. Maar van wat spullen een nieuw plekje geven is volgens mij nooit iemand slechter geworden..

De klusspullen die we nodig hebben zijn zo goed als binnen. Vanaf komende week kunnen ‘we’ aan de slag: klushulp is geregeld waar nodig, de plannen zijn rond.. Hetgeen, tot groot verdriet van mijn lief, nog wel enige voeten in de aarde had: ik heb er nogal een handje van te tornen aan reeds goedgekeurde, vaststaande afspraken door bijvoorbeeld tóch ineens weer de hoeveelheid helblauw die we in de kamer wilden gaan gebruiken in twijfel te trekken.
De commode en het bedje zijn uitgezocht. We denken te weten wat er op de vloer zal gaan komen. De tekeningen voor wat er op de muren komt liggen klaar. Een tijdsschema, met een week-tot-week planning van wat er moet gebeuren, is gemaakt en we weten wie we wanneer moeten vragen om hulp. Onze verdere benodigdheden zijn volledig uitgezocht en genoteerd, tot en met het kleurgradiënt aan toe. Een plotseling helder ogenblik levert ons een tijdsbesparing op waar we blij van worden. En in de keuken is reeds véél nieuwe bergruimte gecreëerd met spullen die we nog hadden.
Ik zoek me rot, maar ik kan mijn kind niet vinden. Niet echt handig, want ik ben al bijna een uur te laat voor mijn werk en uiteindelijk besluit ik dan maar om Beertje in de drager te stoppen en mee te nemen. Poeslief is het er echter niet zo heel erg mee eens, maar ik vind mezelf bijzonder slim en vindingrijk wanneer ik haar pootjes strak langs haar lijf bind met de band ín de drager, die eigenlijk bedoeld is om om de buik van de baby heen te klittebanden. Ik trek de babydrager* om het lijf van Pooh-beer en slinger haar op mijn rug. Eenmaal aangekomen op de olieraffinaderij waar ik werk (?) blijkt een noodsituatie te zijn uitgebroken. Er is groot alarm en nadat ik Beertje (in de drager, het arme beest) op een bankje heb geparkeerd begin ik druk op knoppen te drukken in een soort van cockpit-achtige ruimte. In mijn pauze (klaarblijkelijk zijn ontploffende olieraffinaderijen niet ernstig genoeg om mij van mijn boterhammetje weg te houden) blijkt Beertje te zijn ontsnapt uit de drager (and who can blame her?) en word ik vervolgens wakker. Het eerste dat ik overigens zie zijn de ogen van Pooh, die me vanaf haar fijne plekje op mijn benen aankijkt. Zonder ingesnoerde pootjes. Het enige dat ik jammer vind van de droom is dat mijn baby ook daar geen geslacht had: ik ben wel nieuwsgierig wat ik er in mijn dromen van zou maken.
In de lente is het natuurlijk van oudsher dé tijd om een grote schoonmaak te doen. Ramen zemen, gordijnen wassen, alle meubilair opzij en soppen dat het een lieve lust is.
Ooit deed ik examens in assurantiën. Monsters van examens met een extreem laag slagingspercentage en de keren dat ik in totaal gezakt ben zijn niet meer op één hand te tellen. De eerste helft haalde ik uiteindelijk nog, de tweede gaf ik op nadat ik het allemaal in de hoek had gegooid door mijn burn-out. Nooit meer opgepakt, nooit een seconde spijt van gehad.