Zoals Nel heel terecht opmerkte bij mijn vorige bericht heb ik de boel flink de boel gelaten en mijn blog een beetje links laten liggen. Ik dacht er regelmatig aan, maar om weer iets te schrijven was lastig, op de één of andere manier. Het is niet per sé een kwestie van niet willen, maar de balans is nog teer. Ik ben moe, hormonaal, emotioneel incontinent en druk. Het huis is een bende, ik organiseer me suf, faal jammerlijk in het onthouden van wanneer welke kraamvisite zou komen en kom met boodschappen thuis die ik niet nodig had, maar zonder de spullen waar ik eigenlijk voor wegging. Alles dat je van een nieuwbakken mama verwacht. Tegelijkertijd geniet ik me suf van deze wonderlijke tijd: mijn dochter lacht, mijn zoon is bijna zindelijk, mijn kinderen en mijn gezin zijn fantastisch en we zijn gewoon met zijn viertjes. Echt! Soms is het zo vanzelfsprekend, alsof onze kleine meid er altijd al geweest is, maar er nu pas fysiek bij is. Maar soms kan ik het nog steeds niet geloven. Het is echt waar, ze is er en ze blijft. Mijn hart loopt over en ik denk niet dat ik ooit uitgelegd zal krijgen hoe zeer het me ontroert.
Practisch gezien is het ook allemaal heel spannend: ergens op tijd aankomen met 2 kinders in je kielzog bijvoorbeeld. Heb je eindelijk alles en iedereen strak in de jas, roept de grote “mama ik moet plassen!” of spuugt de kleine haar verse setje kleding onder. En als het betreffende kind dan klaar is weet de andere nog wel een manier om de boel op te houden. Maar soit, hele volksstammen doen het, dus ik ga het ook leren. Zeker en vast. Hoop ik tenminste..
Wat ik ook zo verbazingwekkend vind: hoe groot Stef ineens is. Dat je heel erg last kunt hebben van baby-peuterverwarring, enzo. De hele dag een klein lijfje optillen en dan ineens -BAM- 18 kilo peuter de lucht inhijsen om te troosten na een val. En daarbij je rug verrekken, omdat je nog in kleine-lijfjes-optil-modus stond. Wonderlijk.
Maar ookal gaat het langzaam, het gaat. Ik vind langzaamaan mijn draai, wen aan hoe het nu is. Met vlammende uitschieters vol stress en adrenaline als tegelijkertijd de katten willen eten, de baby afgaat, de peuter moe en hongerig zeurt om snoep en tv kijken, het eten opmoet, de pakjesman aanbelt, de kraamvisite vertrekt en blijkt dat een zindelijk wordend kind nog wel eens een cadeautje voor mama achterlaat in de keuken. Maar, uitschieters daargelaten.. Ik merk dat het vooruit gaat allemaal. Me makkelijker afgaat. Dat ik me gaandeweg telkens wat minder wiebelig voel en de blik weer makkelijker vooruit richt. Vandeweek kwamen er een paar nieuwe wasbare luiertjes binnen, vandaag haalden we onze nieuwe fietskar op waarmee we straks 2 kinderen naar de opvang kunnen vervoeren. Fijn!
Ik merk heel duidelijk een proces op dat ik ook bij mijn zwangerschap en de komst van Stef heel duidelijk ervoer: tijdens je zwangerschap keer je je steeds meer in jezelf, wordt je wereld steeds een beetje kleiner, wordt alles om je heen wat vager en minder belangrijk. Na de geboorte van je kind draait dit proces zich om en wordt het ‘cirkeltje’ om je heen weer steeds groter, breidt het zich uit. Dat is denk ik wat ik in essentie éigenlijk wil vertellen: mijn kringetje wordt weer groter. Mijn blog, mijn vrienden, mijn hobbies, ze komen weer meer in zicht. Het is nog te vroeg om hardop en vol overtuiging te roepen “I’m back!”… Maar ik kom eraan. Tot snel
































