Alweer langer geleden dan ik zou willen dat het was haalde ik drie kleine monstertjes op bij de buurvrouw van mijn vriendinnetje Mémé. Ze waren zes weken oud en hadden eigenlijk nog minimaal 2 weken langer bij hun mama zullen blijven. Maar helaas: hun oma, tevens aldaar woonachtig, vond de kleintjes maar niks en viel ze aan waar ze de mogelijkheid kreeg. Eerder dan gepland kreeg ik dus drie kleine katjes.
Vanaf het eerste moment dat ik ze zag, op het nest, was ik dol op ze en op het moment dat we ze gingen halen was ik al lang en breed verloren. En toch was het ook wel een beetje eng: zou ik wel begrijpen wat ze nodig hadden? Zou het wel lukken om ze te geven wat belangrijk was? Zouden we elkaar wel verstaan? Deze zorgen waren echter ongegrond; al vanaf dag 1 begreep ik op de één of andere manier exact wat ze nodig hadden, wat ze wilden, wat ze bedoelden. Ik herken hun stemmen en hun mauwtjes, ik snap hun gedraai en hun blikken. Ik weet, zonder dat ik zelf snap hoe, precies hoe te handelen. Ik weet wanneer er iets niet klopt. Ik zie het meteen als ze ziek zijn. Gisteravond nog: we lagen al in bed maar waren nog aan het lezen toen ik op de achtergrond Loki hoorde mauwen.”Wil je misschien even gaan kijken?” vroeg ik Paul. “Dit is niet zijn normale speel-mauw.”
Paul ging kijken maar kon Loki niet vinden. Dat klopte, want hij zat opgesloten in de badkamer. Was ik even blij dat ik mijn katten versta! Op de één of andere manier geeft het feit dat ik dit kan mij ook meer vertrouwen in strakjes, wanneer wij ‘ineens’ een kind hebben. Ik ben niet bang dat ik hem niet zal kunnen ‘verstaan’. Ik weet dat ik mijn instincten kan volgen; als ik dit met mijn katten-baby’s kan, kan ik dat met mijn eigen kleintje zéker ook
Op de foto: Beertje, 7 weken oud.

Het waren veelbewogen dagen. Mijn eerste week thuis sloot ik af met een ritje naar mijn werk met een grote tas koekjes en ander lekkers. Even fatsoenlijk afscheid nemen, gedag zeggen tegen mijn collega’s. Afsluiten. Het was fijn iedereen nog even te spreken (waaronder mijn leidinggevende, die sinds eergisteren weer terug is van vakantie), maar ook raar om daar te zijn. Het is pas een week terug, maar even voelt het niet meer als mijn plekje. Ik moet daar even niet meer zijn, mijn plaats is nu daar waar mijn kind zijn laatste weken in mijn buik het allerbeste kan groeien. Ik weet waar dat is en ik hou me eraan.
“Ding!” luidt de bel de laatste ronde in. Moeizaam staat de bokser op. De ronde waarna de wedstrijd op punten wordt beslecht, indien er geen K.O. valt te melden. Het publiek houdt de adem in; het ziet er niet naar uit dat het tellen van de punten nodig zal zijn. De bokser zwalkt gewond de ring verder in.