Ondanks onszelf besloten we vanmiddag even op pad te gaan. Paul had een onderdeel nodig om zijn kapotte fiets te maken en ik wilde mijn koptelefoon terugbrengen naar de winkel omdat de rechter oorschelp er te pas en te onpas vanaf viel. We sloten dus het balkon af en stapten op de tram.
Na de fietsenwinkel en de audiozaak had ik ondertussen ook nog een andere missie bedacht: open zomerschoenen. Ik loop nu door de warmte vooral op teenslippers, maar nu mijn rug, bekken en benen steeds meer tegen gaan werken* leek het advies dat ik kreeg om steviger stappers aan te schaffen me erg terecht. Voor he eerst in mijn leven ging ik op zoek naar sandalen; enkelbandjes waren namelijk een voorwaarde.
We begaven ons in de drukte en na een boel winkels met niets dat mij ook maar toegrijnsde vond ik in de Clarks-winkel meerdere paren die ik leuk vond. Een boel vijven en zessen** later maakte ik mijn keuze en liepen we terug naar de tram met mijn teenslipers in de schoenendoos.
Vol trots (én verbazing: IK! Op sandálen!) bekeek ik voor de zoveelste keer mijn spiegelbeeld in onze portiekdeur en liep al naar mijn voeten kijkend de trappen op. Tot ik gemauw hoorde. Hárd gemauw. Het klonk niet als een vreemde kat buiten. Het klonk als Loki.. Ik haastte me de trappen verder op: er was iets niet goed. De voordeur ging open, Beertje begroette me en Max kwam ook aanlopen. “Loki??” Ik rende half door het huis maar hij kwam niet. Ik zag hem niet. Hij reageerde wél op mijn geroep en ergens halverwege de gang realiseerde ik het me. Ik draaide me abrubt om, keek Paul aan en riep dat hij op het balkon zat. Het rooie koppie voor de ruit in de balkondeur bevestigde wat ik al wist: Loki heeft uren op het balkon gevangen gezeten, terwijl wij aan het dubben waren over sandalen, kletsten in de tram, even snel een half brood haalden..
Met een dik staartje van blijdschap rende hij naar me toe, de slaapkamer in en kroop tegen mijn benen. Eind goed al goed; na wat knuffels was alles weer ok. We gingen maar weer op het balkon zitten, alwaar we werden aangesproken door de buurvrouw van de overkant: “ik wist niet welk nummer jullie waren!” riep ze ons toe vanaf haar terras. Ze bleek met haar dochter de halve buurt af te hebben gezocht naar de zielige kat die zo hard en zielig aan het mauwen was… Toen ze erachter kwam dat het bij ons vandaan kwam wist ze dat het wel goed zat, maar ik voelde me éxtra opgelaten: ik had niet alleen mijn kat opgesloten op het balkon, ik had ook nog eens de buurvrouw een speurtocht aangedaan.
Gelukkig kon ze er wel om lachen, en vanaf nu weet zij op welk nummer wij wonen. Pfiew..
*: Over anderhalve week zal ik mijn eerste Cesar-therapiebehandeling ondergaan.
**: Kan ik ze nog zélf aantrekken als mijn buik straks dikker is? Zullen ze nog wel draagbaar zijn als ik meer vocht zou gaan vasthouden in mijn voeten en benen?