
Van het één komt soms het ander. Voor dit weekend had ik twee punten op een to do-lijstje gezet en nam mezelf voor deze lijst absoluut af te werken. Beide zaken waren nu niet bepaald aantrekkelijke bezigheden, dus uiteraard stak ik gisteren mijn kop in het zand en was vandaag de aangewezen dag om aan de slag te gaan.
Deel 1, de belastingaangifte, vervulde mij met een licht panische angst. Voorheen deed mijn voormalige werkgever onze aangifte; dit was een specialiteit van hem. En omdat ik niet álle winst uit mijn vorige woning in deze nieuwe woning heb gestoken is er een klein deel van onze hypotheekrente niet aftrekbaar. Hoe dat verder in elkaar zit? Geen flauw idee. Hence de licht panische angst. En hoewel mijn voormalig werkgever nog steeds best onze aangifte wilde doen, besloot ik dat het tijd was om op eigen benen te gaan en mijn eigen hersens te pijnigen. Als het niet lukt kunnen die hangende pootjes altijd nog, had ik bedacht.
Zoals elk jaar had ik alles dat belangrijk was meteen bij binnenkomst in een apart mapje gestoken en ik trok dus vol trots mijn mapje tevoorschijn.. Maar er ontbrak zo het één en ander. Allebei mijn jaaropgaven, bijvoorbeeld. Had ik die überhaupt wel ontvangen? Geen idee. Het was redelijk plausibel dat ik ze wel had gekregen, gezien het feit dat beide formulieren van de belasting zélf ook nergens te vinden waren.
Dus dat werd zoeken. Ik heb twee lades onder mijn bureau: één vergaarbak van allerhande ellende, van te betalen rekeningen tot postzegels, van nagelvijlen tot fotopapier. Hier had het natuurlijk moeten liggen, maar hier lag het dus niet. De tweede la zit vol hangmappen. Heel handig om van alles aan paperassen in weg te stoppen. Dus dat deed ik ook met verve, nu al sinds ik twee jaar een burn-out had en het hele huis ondersteboven keerde. Oftewel: deze tweede lade was een nog grótere vergaarbak van ellende, met zo veel in de mappen gepropt dat je niet eens meer ín de mappen kon kijken. Ik kreeg de geest en ruimde alles op. Alles. Dik twee jaargangen giro-afschriften, slechts deels geopend. Recepten, uit allerlei tijdschriften gescheurd. Artikelen, informatiefolders, contracten, rekeningen die ik al in 2007 betaald had, álle verkeersboetes die ik ooit ontvangen heb, bonnen van zo ongeveer alles dat we deze jaren kochten, de kerstkaarten die we ontvingen in 2007 en 2008, gebruikshandleidingen van apparaten die ondertussen alweer stuk zijn.. Uiteindelijk lag er een grote berg papier in het midden van de kamer en konden de hangmappen weer open.
Maar dus nog steeds geen jaaropgaven. Zucht. Dat kon nog maar één ding betekenen (alhier gelieve dramatische muziek in te beelden). Wanneer de bovenste lade vol zit, kunnen er soms papieren áchter die la schuiven. Die vallen dan meestal op de hangmappen, maar héél soms heb ik pech en valt het achter beide laden. Omdat dit een oud ladenblok uit een kantoor is zijn de laden er niet zomaar uit te halen en is het een hel om iets dat erachter gevallen is er ooit nog achter vandaan te krijgen. Ik gluurde tussen de laden door en zag het één en ander aan ondefiniëerbaars liggen. En een spatel, die ik al eerder gebruikt had in een poging die troep achter de lades vandaan te krijgen. En mijn lange lineaal, op dezelfde manier achterin het kastje terechtgekomen.
Met een lange metalen pen die ik ergens tussen Paul’s spullen vond en een pollepel met een tesa-posterstrip aan het uiteinde viste ik één voor één alle troepjes uit het blok. Een afgescheurd, gelinieerd vel papier met niets erop. Een lege enveloppe. Een afgescheurde adressticker van een vriendinnetje, vanwege nieuw adres. Een lege verpakking van een ooit nieuwe geheugenkaart. Een spatel. En een lange lineaal. Dat was het.
Uiteindelijk vond ik de papieren die ik zocht alsnog in de bovenste la, tussen een schrift gestoken. Grmbl. Maar mijn lades zijn opgeruimder dan ooit. En mijn belastingaangifte gedaan. Want díe viel natuurlijk reuze mee..


Iets meer als eenjaar geleden kocht ik een
In de vroegte van de zaterdagochtend* stapte ik in mijn auto op weg naar een vriendin die ik al vééls te lang niet had gezien. Ik reed naar Deventer en verdwaalde vervolgens aan de hand van mijn zelfgemaakte route-omschrijving. Ik reed Deventer weer uit. En weer in. Ik probeerde haar te bellen, maar kreeg op een wazige manier maar een halve verbinding. De GPS van mijn iphone, die gebruikt maakt van kaarten via het internet, wilde niet laden en gaf slechts met een mooie blauwe stip aan waar ik was. In een volledig blauw scherm. Ik reed Deventer opnieuw uit. Reed over wazige paadjes om het water weer terug over te steken en slaagde er uiteindelijk in om verbinding te maken met het internet en de ingang van het échte Deventer te vinden.
