Ooit deed ik examens in assurantiën. Monsters van examens met een extreem laag slagingspercentage en de keren dat ik in totaal gezakt ben zijn niet meer op één hand te tellen. De eerste helft haalde ik uiteindelijk nog, de tweede gaf ik op nadat ik het allemaal in de hoek had gegooid door mijn burn-out. Nooit meer opgepakt, nooit een seconde spijt van gehad.
Maar ook bij mijn nieuwe werkgever is het dus de bedoeling te studeren, met als logisch gevolg dat er ook examens gemaakt moeten worden. De eerste module, ergens in oktober geloof ik, stortte ik me dan ook als vanouds op deze studie en leerde me helemaal gek. Met een beetje examenvrees (of heet het in dit geval examentrauma?) betrad ik de examenruimte.. En verbaasde me vervolgens: hóe simpel was dát? Geen dubbele en driedubbele bodems in vragen, vragen waarbij je minimaal anderhalf A4-tje nodig had om te antwoorden, geen vragen waarbij je bang hoefde te zijn ál je punten in één klap te verspelen doordat je één woord bent vergeten te vermelden in je antwoord. Ik had zó hard geleerd dat ik het examen (waar ruim anderhalf uur voor stond) in 15 à 20 minuten neerpende en behaalde vervolgens 29 van de 30 te behalen punten.
Dit examen hoefde ik van mezelf dus niet zo vreselijk over-the-top te leren, vond ik. Redelijk laid back maakte ik uittreksels, nam ze door en pende de rijtjes die te leren zijn neer. Dus ik ben er klaar voor, nu. Denk ik. En nee, ik maak me niet de illusie dat ik dit keer wéér 29 van de 30 punten zal halen. Maar een zes of een zeven vind ik eigenlijk ook best goed..

Soms moet het mogen: jezelf een beetje verwennen. Ik vond dat ik het verdiend had en begaf me vandaag dus naar de stad. Ik had namelijk gezien dat de serie van mijn hippe
Ik hoop dat mijn fiets op tijd gefixt kan worden, anders is mijn reistijd een stuk langer..
Langzaamaan went het idee. We zijn in verwachting. Over een aantal maanden zijn wij ouders. Na de derde test durfde Paul óók heel voorzichtig te geloven dat het écht zo ver was. Een beetje, in elk geval. De misselijkheid is ondertussen écht misselijkheid en niet meer te verwarren met ‘een beetje teveel gegeten’ of ‘vast een buikgriepje’. Ik kan nog maar kleine beetjes tegelijk eten en heb ten alle tijden iets eetbaars in mijn tas zitten, want als ik honger krijg golft even later de misselijkheid over me heen.
Varen de daagjes voorbij. Een beetje cursus hier, een beetje werken daar, een bioscoopje, een bezoekje aan mijn huisarts*, even langs voormalige werkgever**.. En ondertussen begint het langzaam, met tussenpozen, écht lente te worden. Je ruikt het buiten (hell, ook de hooikoorts is weer begonnen, dat dan weer wel), het zonnetje schijnt en in Den Haag zijn er overal gigantische zeeën krokussen te zien. Héérlijk!

“Heej” zeiden mijn collega’s vandaag allemaal in koor. “Heb je lenzen?”