Over mijn nek

Wat kan een vakantie heerlijk zijn. Luieren, uitslapen, op je gemakje een beetje rondhangen,dingetjes doen wanneer jíj ze wil.. En bedenktijd. Soms zit je vastgeroest in een patroon en heb je het zelf amper door, tot je er eensgoed over nadenkt. Door het laatste logje van Sanneke, de afgelopen twee heftige dagen op mijn werk en een gevoel waar ik al eerder mee worstelde, maar op een té onbewust niveau om het goed door te hebben weet ik nu dat het tijd wordt om iets aan te pakken dat al veel te lang voortsleept.

Dik twee jaar geleden had ik een burn-out. Deze begon met RSI in mijn nek en door mijn opmerkzame fysiotherapeute kwamen we erachter dat mijn nekklachten er alleen waren wanneer ik gewerkt had: hoe bizar vast ik ook zat, als ik een weekje vrij was, waren mijn klachten ineens weg. Weg. Zij liet me een werkplekonderzoek aanvragen bij mijn baas en mijn baas akkoordeerde dit. Voordat de onderzoeks-dame kwam liet ze mij een uitgebreide vragenlijst invullen. Daar stonden vragen in over mijn werkzaamheden, mijn bureau, mijn monitor.. Maar ook vragen over waardering. Over de werkdruk. En die paar kleine vragen waren zó confronterend, dat we in één klap allemaal wisten waar die verkramping in mijn nek vandaan kwam. Na die vragenlijst kon ik namelijk niet meer ophouden met huilen. Twee weken lang niet. En ik kwam thuis te zitten. Burned out, dus.

Ik krabbelde weer op. Begon weer met werken, heel langzaam. Bouwde op, uurtje na uurtje, overwinning op overwinning. Ondertussen kreeg ik ondersteuning van de dame die ook mijn werkplek had onderzocht en zij leerde me veel. Over copingstijlen, over het bemerken van je eigen grenzen en het bewaken ervan, over dingen van je af zetten.. En ik werd beter. Ik leerde veel over wat ik écht belangrijk vond, over het naast me neerleggen van ‘zoals het hoort’ en ik ging minder werken. Ookal had ik geen kinderen en deed ik geen opleiding. Gewoon, omdat ik vrije tijd belangrijker vond als wat extra geld. En het werkte bizar goed: tot op de dag van vandaag glijd werkdruk van me af en kan ik mezelf staande houden in een bizar drukke werkomgeving zonder er al te veel moeite voor te doen. Tuurlijk, soms heb ik wel eens stressmomenten. Een leven volkomen vrij van elke vorm van stress is denk ik niet mogelijk. Maar ik mérk het snel, en kan mezelf dan weer corrigeren door even mijn ogen te sluiten, diep adem te halen, en alles opzij te leggen, op één ding na. Als ik mijn werkzaamheden dan weer heel bewust één voor één aanpak in plaats van allemaal door elkaar ben ik bijna direct weer Zen.

Er is echter één overblijfsel uit die tijd: mijn RSI-klachten. Wanneer ik ook maar éven een stressgevoelig momentje heb gehad schiet ik weer vast. Lang niet zo erg meer als toen hoor: ik kan altijd nog mijn hoofd bewegen en mijn armen optillen, zelf mijn haar borstelen, ik word niet high wanneer de fysio mijn nek losmaakt en ik kan nog altijd leven zonder élke dag pijnstillers te moeten slikken. Maar eerlijk is eerlijk: er zijn momenten dat ik nog steeds terug moet grijpen naar de paracetamol. Dan heb ik hoofdpijn die uit mijn nek komt. En na twee dagen zoals ik deze week had kom ik bij de fysio en dan vraagt zij zich af hoe ik in vredesnaam in zo’n korte tijd zó’n gigantische knoop van mijn nek en schouders weet te brouwen.

En nu ben ik het zat. Nu, dik twee jaar na dato, ben ik nog altijd bezig met symptoombestrijding van iets, dat allang weg had moeten zijn. Blijft mijn lijf hangen in een verdedigingsmechanisme dat ik niet langer nodig heb? Ik denk van wel. En wat doe je daar dan aan? Ik heb geen idee. Een paar maanden geleden kreeg ik van een vriendin de gegevens van haar acupuncturist, die wonderen voor haar heeft verricht. Omdat ik zo graag iets met mijn nek wil. Dat telefoonnummer staat nog steeds netjes in mijn mailbox. Onaangeraakt. Elke keer dat ik ernaar kijk krijg ik last van een soort studie-ontwijkend gedrag, maar dan anders: ik hou mezelf tegen wanneer ik er iets mee wil. En nouja. Ik ben dus bang voor naalden. Dan is het plegen van zo’n telefoontje snel ‘vergeten’.

Ik las gisteravond dus dat logje van Sanneke. Met pijn in mijn hoofd en steken in mijn nek, omdat ik gisteren bij de fysio weer eens een ontzettende verkramping bleek te hebben. En ineens was ik het spuug- en spúúgzat. Ik moet hier iets mee. Ik moet hier vanaf! En acupunctuur is niet de enige geneeswijze die kijkt naar het aanpakken van de bron, kwam ik gisteren achter. Ik heb nu dus een goed voornemen: wanneer ik weer ga werken heb ik een afspraak bij iemand die mij hiermee gaat helpen, of uitzicht daarop. Wat voor geneeswijze deze persoon hanteert weet ik nog niet. Maar ik ben er klaar mee. Hopla. Twee-nul voor daadkracht. Tips zijn welkom..

Hectiek

Een drukke baan hebben gaat me goed af. We hebben achterstanden, maar over het algemeen kan ik dit prima van me afzetten. Er zijn wel eens momenten dat ik er gestressed van raak, maar dat is meestal snel weer voorbij. De afgelopen twee dagen waren anders: het leek wel éxtra druk en het vloog me allemaal even naar de strot. Ik rende me rot, dweilde met de kraan open en trok en passant in gedachten de haren uit mijn hoofd. Toen ik gisteren naar huis ging leek het ideaalbeeld dat ik had verder weg dan ooit: vandaag naar huis met een geordend, overzichtelijk en zo goed als leeg bureau.

Vanmorgen zette deze tendens zich nog even voort: een nieuwere collega inwerken op iets, telefonische drukte en voor elk spoedje dat ik wegwerkte twee nieuwe. Maar in de middag lukte het opeens: spijkers met koppen. En ja hoor, met een kwartiertje overwerk, het overdragen van een paar zaken beyond my grasp en een flinke portie daadkracht lukte het: mijn vakantie in met een schoon bureau. Er liggen nog wat dingen, maar die kunnen best een week op me wachten. Nog één verbaasde blik achterom bij het weggaan zette mijn vakantie-gevoel kracht bij; het was best al even geleden dat mijn bureau er zo fijn uitzag. Met een goed gevoel een weekje vakantie in, dus. Maar hoe kan dat nou? Het lukt me al weken niet om dit te bereiken, en inééns, in een halve middag, is het allemaal weg? Die daadkracht, die moet ik maar even onthouden voor als ik terugkom. Maar voor nu: let the laziness begin! :-)

Steen

Ik kocht gisteren een kleine steen. Ik gaf haar een ketting en fluisterde haar mijn hoop in. Ik hing haar om en gaf haar een plekje dicht tegen mij aan. Wie weet wat zij mij zal brengen..

************

We kochten gisteren nog meer trouwens: een nieuwe geluidskaart voor mijn oude pc, die sinds ik een nieuwe heb is omgedoopt tot mediacentre. Nu kunnen we alle films en series* met dolby-geluid kijken! We kochten het nieuwste Rayman-spel voor de Wii. Dan kunnen we konijnen besturen via het balance board. Met onze kont. We schaften ook een baby-muis aan. Voor Paul’s baby-laptop. En ook nog een nieuwe broek. Kan ik ook nog naar mijn werk als die andere in de was zit. Ohja, en een nieuwe geheugenkaart, zodat ik niet meer zonder kom te zitten wanneer ik met mijn spiegelreflex op pad ben. Tja, het heeft zo zijn nadelen om niet meer in het centrum te wonen: je komt niet meer zo vaak op een plek met álle winkels bij elkaar. Maar het heeft ook voordelen: áls je dan een keer gaat kun je je uitleven ;-)

De rest van ons weekendje verloopt rustig. Een filmpje kijken, het huis schoonmaken**, wat mail beantwoorden.. Het is fijn zo. Morgen en overmorgen moeten we allebei nog werken, daarna zijn we een weekje vrij. Het geplande weekendje weg gaat nu niet lukken***, maar we hebben ons voorgenomen wel met regelmaat de trein te pakken naar Rotterdam, om te genieten van ons favoriete filmfestival. Voor het eerst in jaren hebben we geen kaartjes besteld vantevoren, maar gaan we gewoon op de bonnefooi. Ben benieuwd wat voor juweeltjes we tegen gaan komen dit jaar!

*: Indien die daartoe zijn uitgeruist, dan.
**: Wat is het vervelend wanneer je een kat hebt met af en toe een kots-manie; op de meest debiele verstopplekken kom je vastgeplakte haarballen tegen. Yuk!
***: De auto kan niet meer gemaakt worden, tenzij er door een wonder nog een motor gevonden wordt. De kans hierop is echter dusdanig klein (de motor is zeldzaam) dat het ernaar uitziet dat we een nieuwe auto aan moeten schaffen. Cha-ching!

Warm

Het hete water hamert op mijn hoofd. Spoelt de koude regen uit mijn haar. Spoelt de kou van mijn lijf. Voor de 2e keer in nauwelijks 24 uur heb ik dezelfde broek in de wasmachine gestopt. Zeiknat. Ik sluit mijn ogen en laat het eruit. Allemaal. Warme tranen. Verdriet, geluk, alles ertussenin. Het geeft niet, ik vind dat het mag. Zelfs om iets onnozels als je sleutels onderweg naar huis verliezen, in de stromende regen. Zelfs om iets onnozels als een auto die niet gemaakt kan worden. Zelfs om iets onnozels als een mooi, práchtigmooi mailtje van een dierbare vriendin. Close to the heart.

De regen spoelt weg, samen met mijn tranen. Alles dat ik zou willen, dat komt vanzelf wel. En die sleutels heb ik ook teruggevonden.

Herontdekking

Na een volle week voor pampus te hebben gelegen op de bank met een griep die best gemeen was verklaar ik mezelf vandaag weer héél voorzichtig beter. Gister en eergister waren van die dagen waarbij je je best prima voelt zolang je je niet beweegt, maar waar je al snel weer de kous op de kop krijgt wanneer je jezelf aanpraat dat je ook wel weer van alles kunt. Dat ik morgen weer wil gaan werken had ik me al eerder bedacht en vandaag kon dan mooi even de proef op de som: ik ben altijd vrij op woensdagen dus dan kun je mooi even een herontdek-de-wereld-actie doen.

Dus dat deed ik. Ik fietste op mijn gemak naar mijn ouders voor een bakkie thee en liep vanaf hun huis de nabijgelegen Leyweg even op om een boodschap binnen te halen en te spieken of ik ergens misschien een nieuwe broek kon vinden*. Ik slaagde voor beide missies (en ik ben maar twee winkels ingeweest, jeej!) en dronk nadien nog even een glaasje water bij pap en mam. Weer terug op de fiets ging ook goed en nu zit ik in een soort van spagaat: ik wil allemaal dingen! Ik wil heel hard meebrullen met de muziek die ik al een week niet gehoord heb, ik wil dansen, ik wil het huis schoonmaken, ik wil foto’s maken, ik wil rondjes rennen, ik wil logjes en fora bijlezen, ik wil ik wil ik wil! Maar eigenlijk wil mijn lijf het liefst even een tukje doen, voordat ik weer verder ga met het herontdekken van de wereld. Want dat winkelen is best nog vermoeiend hè? :-P

*: Nadeel van veel fietsen: ‘fietsgaten’ in je broeken. Dat betekent dat je slijtplekken hebt waar je broek langs je zadel schuurt en binnen twee weken tijd was ik op die manier door al mijn broeken heen geraakt, op één na. Die hing nog net met genoeg draad aan elkaar om aan te kunnen, mits er een maillot onder zat. En dan telkens éérst vingers kruisen voordat je bukt..

Denk maar niet..

Dat als je een dagje koortsvrij bent, je ook weer in rap tempo meer kunt. Gek werd ik van het binnen zitten, dus zonet zijn lief en ik even naar de Albert Heijn gelopen voor een boodschapje. En ik ben volledig afgedraaid.. De hoofdpijn die ik al had bonkt nu door mijn hoofd en mijn maag overweegt overgeven als way out.

Hoor ik daar de gedachte aan morgen weer werken de grond ingestampt worden?

Over ziek zijn en stampende katten

Dinsdagmiddag was ik een paar uurtjes eerder vrij om de leenauto weer in te kunnen leveren. Terwijl ik op de fiets zat naar huis zat ik me al af te vragen waarom de terugrit naar huis nu toch zo vreselijk moeizaam leek te gaan en toen ik eenmaal thuis kwam had ik meteen een antwoord te pakken: ik voelde me belabberd. Het liefst was ik zo mijn bed ingedoken, maar de Hertz wachtte (net als mijn mama om me terug te vervoeren naar huis) en ik besloot mezelf na de retour-actie en het eten meteen mijn bed in te lanceren, zodat ik me op mijn vrije woensdagje weer kiplekker zou voelen.

Maar het hielp niet. Bij de fysio gisterochtend had ik, ondanks de flinke warmte die daar normaalgesproken altijd hangt, kippenvellen tot op mijn kruin en na nog een uurtje ontkenningsfase deed ik toch maar eens een koortscheck. Achtendertig-punt-één. Best veel, voor iemand die practisch nooit koorts heeft. Van de bank ben ik niet meer afgekomen en ik word sindsdien heen en weer geslingerd tussen ril-aanvallen (dan kan ik alleen nog maar slapen) en hitte-aanvallen (dan kan ik van gekkigheid niet onder de dekens blijven en heb ik een soort van opleving (zoals nu). De koorts is vandaag zelfs hoger dan gisteren, dus veel hoop op een spoedige recovery heb ik op dit moment ook niet echt.

Dus wat ik de hele dag zoal doe? Slapen. Tijdens een opleving proberen wat te eten, of proberen te douchen zodat het vacuüm-gezogen gevoel uit mijn voorhoofd gestoomd wordt, en dan weer slapen.

En dan, eens in de zoveel tijd, besluit Max dat het tijd wordt om wakker te worden voor mij, en dan gaat hij over me heen lopen. En mauwen. En as dat dan niet helpt, dan gaat hij over me heen stampen. Ja, echt. Stámpen. Sinds een paar weken heeft hij uitgevonden hoe dat moet en dat hij daar een maximaal (haha) effect mee behaalt als hij ons wakker wil krijgen. Meestal is dat dan vroeg op de ochtend, als hij eten wil, maar nu ik ziek ben klaarblijkelijk dus ook als hij vind dat ik te lang slaap. En als ik, nu ik ziek ben, eenmaal wakker gestampt ben krijg ik twee kopjes en dan gaat hij zelf vrolijk liggen pitten. Waar zou dat vandaan komen? Het enige dat ik er verder over kan vertellen is dat het écht een heel erg effectief middel is: Het doet namelijk echt zéér als er een kat van dik 5 kilo al zijn gewicht op een zo klein mogelijk aantal poten tegelijk concentreert, want het oppervlak van zo’n voetje is echt miniscuul. En hij weet ook precies waar je blaas zit, dus wakker wordt je er wel van ja. En de moraaal van dit verhaal? Dat ik het nu weer koud begin te krijgen, dus ik ga zo maar weer op zoek naar mijn dekentje. Kan Max me morgenochtend weer fijn om en uur of half zeven wakkerstampen..

P.S.: De reparatie-opdracht is gegeven, de auto krijgt een nieuwe motor. Ergens volgende week is ‘ie klaar!

Plotseling

Ik ging vroeg naar bed. Eén avond, twee avonden, drie avonden. Ik las een beetje in mijn boek (maar verdacht weinig) en deed op zaterdag meerdere spontane acties: schaatsen met onze vrienden (lees: 3 meter het ijs opgetrokken worden door mijn broertje en weer 3 meter terug naar de kant getrokken worden door Paul, alwaar ik snel de geleende noren weer van mijn zwikkende enkels peuterde) en vervolgens aten we wat met Eefke en Maurice, waarna we met z’n vieren lachten om Yes Man en nog even de kroeg indoken. So far, so good: fijne dagen met meer in het verschiet. Gisteren gingen we namelijk naar Lelystad om de verjaardag van mijn schoonmam te vieren en nadat we mijn schoonzus hadden opgepikt reden we met een goed gemoed de grote weg op.

Maar ergens bij schiphol begon de auto een raar, tikkend geluid te maken. Omdat wij een tijdje terug al een rommeltje hadden gehoord dat volgens ons op een toekomstig lekkeuitlaat duidde dachten we eerst dat het daarvandaan kwam, maar al snel werd het erger en nadat ik me in gedachten alvasthad voorgenomen na aankomst maar even preventief de ANWB te bellen reed ik voorzichtig verder. Terecht, die voorzichtigheid, want precies in de bocht van de A2 naar de A9 begon het: mijn acculampje ging branden. Voorzichtig lichtte ik mijn medepassagiers in en besloot de auto aan de kant te zetten zodra we de bocht en de vlak daarachter gelegen afrit waren gepasseerd. Maar zo ver kwamen we niet: tijdens het sturen in de bocht voelde ik mijn stuur zwaarder worden: de stuurbekrachtiging hield ermee op. Ik drukte mijn alarmlichten aan en stuurde moeizaam de vluchtstrook op, en ergens terwijl we bezig waren met van de weg gedrukt worden door een ***wijf die het leuk vond om half op de vluchtstrook en half op de gewone rijstrook te rijden sloeg ook de motor af. En dan kun je kiezen: de auto tot stilstand brengen metéén achter de bocht, of vlak voor de afrit? Beiden nu niet echt geweldig, maar ik opteerde toch voor het laatste en landde ons vleugellamme vliegtuig ongeveer hier*:

Terwijl Suus een regel-actie op de bagage deed plukte Paul de en de fluoriscerende hesjes onder de passagiersstoel vandaan en plaatste de gevarendriehoek; ik groef ondertussen verdwaasd mijn ANWB-pasje en mijn telefoon op uit mijn tas. Aldoende voelde ik me steeds ongemakelijker: we moesten die auto uit! Ik maande tot haast en binnen no-time waren we (allen via de passagierszijde, uiteraard) over de vangrail geklauterd. Paul belde met de ANWB (hij is topografisch gezien ‘wat’ beter dan ondergetekende) en wij schoven maar een flink eind door naar achteren, omdat daar aanzienlijk meer vangrail te vinden was.

De ANWB-sleepmeneer was er bijzonder snel. Gezien het vreselijke punt waar we gestrand waren wel heel fijn, overigens. Eenmaal op de parkeerplaats deed de pechhulp-auto-mevrouw de auto starten terwijl de wegsleep-auto-meneer deed luisteren en beiden maakten binnen een seconde of 1,3 al een wegwerpgebaar. “Ik hoor het al, laat maar hoor” zei de wegsleepmeneer ter begeleiding van dat gebaar, terwijl er met z’n drieën ongelovig naar keken. Echt? Echt. De motor kunnen we weggooien. Geen olie meer, en daarop dus stukgedraaid. En ja, ik ging ook wel nog olie controleren, écht waar. Maar meestal was de motor dan warm en ik had altijd geleerd dat dat dan niet kon, en bovendien hadden we over zo’n anderhalve week gepland de auto naar de monteur te doen voor een kleine beurt en een reparatie voor de dashboardverlichting**. Tja.

Dus na weer wat wachten op de tweede wegsleepmeneer (dit keer van het bergingsbedrijf) trokken we verjaardagscadeau’s en tassen uit onze arme, gewonde auto en stapten over in de leen-auto die we daar meekregen. Briljant geregeld allemaal, dát zeker: binnen anderhalf uur waren we weggetakeld, gediagnosteerd, wéér weggetakeld en voorzien van een leenauto. De rit naar Lelystad maakten we af en de dag was erg gezellig. Dat is dan wel weer de kracht van de ANWB: als we op het dichtstbijzijnde treinstation waren afgedropt waren we vermoedelijk naar Den Haag teruggegaan en was de kater vast vele malen heftiger geweest. Buiten twee of drie tranen van schrik was het al snel klaar met de negatieve gevoelens en hoewel we nu vreselijk balen, kunnen we het perspectief dat ons geboden is niet in de bek kijken: er zijn geen ongelukken gebeurd. Er is niemand gewond geraakt. We hebben niet lang gewacht. We hebben gewoon nog onze dingen kunnen doen en met een béétje geluk valt er nog een tweedehands motorblok in de auto te bouwen. En face it: hoewel het, hoe dan ook, een flinke rib uit ons beider lijven zal kosten, we zijn geen arme mensen. Zullen er geen boterham minder om eten. En dát, dat geeft mij een onbeschrijflijk rijk gevoel. Ok, we zitting plotseling zonder auto. Maar het is niet meer als een gebruiksvoorwerp. En buiten het feit om dat het een gebruiksvoorwerp is dat we zouden kunnen missen als het moet, hoeven we er ons ook niet écht zorgen om te maken als we een dergelijk gebruiksvoorwerp willen houden. Want dat komt wel goed. We get knocked down, but we get up again. Right?

*: Of nouja, iets verder naar de afrit nog denk ik.
**: Ookal deed het acculampje het nog prima, een olielampje heb ik nooit zien branden. Ik kon ook al een tijdje niet zien hoe hard ik ging, weshalve nu dus de geplande reparatie.

Winterslaap

Hoewel er weer licht aan de horizon gloort (zowel wanneer ik naar mijn werk toe fiets als op de terugweg) en de donkere dagen hun langste tijd (haha) lijken te hebben gehad heeft mijn lijf daar een heel andere kijk op. Ze is genoegzaam in winter-modus geslagen en dat betekent vooral dat ik zo veel slaap dat ik er zelf af en toe van schrik. In weekenden en, als het even kan, ook op woensdag, kan ik zo 12 of 13 uurtjes wegslapen om vervolgens weer op een doordeweeks tijdstip uitgeput op bed te liggen en prompt het bewustzijn te verliezen. Mijn gebruikelijke woonplaats in mijn vrije tijd, mijn bureaustoel, wordt heden vooral bewoond door katten en de pc wordt nagenoeg alleen gebruikt om er mijn telefoon aan op te laden.

Nu heb ik absoluut geen hekel aan de kou*, maar mijn onkunde om überhaupt nog iets gedaan te krijgen begint me nu toch wel aardig mijn strot uit te hangen. Ik moet nog mailtjes beantwoorden, boeken lezen, verder met mijn Wii-spel, mensen bellen, afspraken maken.. Dus wat doe ik vandaag, op mijn vrije dag? Naar de tandarts en de fysio, een kleine boodschap.. En vervolgens val ik in slaap als ik Max even wil knuffelen op bed. Ja. Misschien moet ik dus maar eens pepers gaan kopen morgen. Mogen jullie raden waar die heen moeten ;-)

************

Wanneer ik wél wakker ben ben ik trouwens ook behoorlijk vervelend op het moment, want mijn hersenen zijn klaarblijkelijk in volledige staat van dienstweigering en ik vergeet werkelijk álles. Neem vanmorgen: na de tandarts had ik nog anderhalf uur voor ik bij de fysio moest zijn, dus ik dacht slim te zijn en reed naar een bakker om brood te kopen. Handig, want dan hoefde ik na de fysio lekker de deur niet meer uit. Maar helaas, eenmaal bij de bakker kwam ik eachter dat ik mijn portemonnee was vergeten en ik stapte dus onverrichter zaken terug naar huis. En oh! Toen ik bijna thuis was kreeg ik ineens een helder ogenblik: wanneer ik hier niet linksaf sloeg maar rechtdoor ging kwam ik langs de Albert Heijn, dus dan kon ik meteen even brood halen. Hoefde ik na de fysio tenminste de deur niet meer uit. Ik denk dat jullie al wel voor je zien waar ik erachter kwam dat ik mijn portemonnee nog steeds was vergeten.. Uhuh, juist, bij de kassa dus :-S

Die vergeetachtigheid heeft trouwens ook zo zijn voordelen: bij het betalen van wat rekeningen vandaag bleek dat ik een potje was vergeten, zodat nu blijkt dat we € 140,= rijker zijn als ik dacht. Dát is natuurlijk geen hele vervelende ontdekking..

En dan ga ik nu maar weer naar bed. En net als elke avond neem ik me plechtig voor écht nog wat te lezen in mijn boek. Ik ben benieuwd of dat er dan nu, voor de eerste keer op rij, wel van gaat komen.

*: Sinds ik weer in een huis met CV woon dan. Dat geef ik grif toe.

Lefty

Ik ben linkshandig. Dat ontlokt nog wel eens interessante opmerkingen van anderen: zo vinden sommigen schrijven met de linkerhand toch “zó knap!” en vinden andere mensen het heel bijzonder “dat ik dan tóch zo’n mooi handschrift heb”. Knap vind ik het allerminst (hell, rechtshandigen zijn veel knapper, weet je wel niet hoe móelijk dat is? ;-)), lastig soms wel. Want wat veel rechtshandigen zich niet beseffen, is dat onze maatschappij volledig is ingericht op rechtshandigen. De kant waarop je het deksel van een pot moet draaien om deze te openen. Handvatten van van alles en nogwat. De streepjes op de meeste koffiekannen. Kurkentrekkers. Blikopeners. Scharen. De snij-kant van messen. Zelfs de ramen in de meeste klaslokalen zitten links, zodat het licht goed valt voor rechtshandigen bij het schrijven. Of moet je dan eens een gitaarles nemen van iemand die rechtshandig is.. Dat werkt voor geen meter en linkshandige leraren heb je natuurlijk ook niet, want daar kunnen rechtshandigen weer niets mee.

Meestal kan ik daar als linkshandige mijn weg wel in vinden. Sommige dingen pak ik raar vast, andere dingen (zoals een kurk uit een fles wijn halen) vraag ik gewoon aan Paul*. Vroeger, toen ik net leerde schrijven, was het overigens een groter probleem. Ik schreef van rechts naar links en ook nog eens in spiegelbeeld en het schijnt aanzienlijke moeite te hebben gekost om dat eruit te krijgen. Toen ik een jaar of 8 was kreeg ik mijn eerste (en enige) linkshandige schaar, maar doordat ik toen allang met een rechtshandige had leren knippen kon ik er niets mee. Tot op heden doe ik het ermee, met al die rechtshandige spullen. Maar de laatste tijd gebeurt me iets wonderlijks: ik kan er ineens niet meer goed mee omgaan. Knippen met een rechtshandige schaar lukt me niet meer goed, met name. Dus nu ben ik in dubio: meer linkshandige artikelen kopen? Een schaar, een kurkentrekker, meer van die dingen? Maar wie zegt dat ik daar nu dan ineens wél mee om kan gaan? Goedkoop s het vervangen van al die spullen allerminst, dus tja.. Ik weet het nog even niet. Zijn er linkshandigen in tha hood die meer ervaring hebben met dergelijke spullies?

*: Paul is trouwens nog veel bijzonderder: hij is ambidext en kan dus veel dingen (ook) met rechts. Interessant gegeven, wanneer je weet dat linkshandigheid voor een deel erfelijk is bepaald, in het kader van later-als-we-groot-zijn-worden-wij-vast-ook-papa-en-mama, vind u niet?

Previous Older Entries