Wat kan een vakantie heerlijk zijn. Luieren, uitslapen, op je gemakje een beetje rondhangen,dingetjes doen wanneer jíj ze wil.. En bedenktijd. Soms zit je vastgeroest in een patroon en heb je het zelf amper door, tot je er eensgoed over nadenkt. Door het laatste logje van Sanneke, de afgelopen twee heftige dagen op mijn werk en een gevoel waar ik al eerder mee worstelde, maar op een té onbewust niveau om het goed door te hebben weet ik nu dat het tijd wordt om iets aan te pakken dat al veel te lang voortsleept.
Dik twee jaar geleden had ik een burn-out. Deze begon met RSI in mijn nek en door mijn opmerkzame fysiotherapeute kwamen we erachter dat mijn nekklachten er alleen waren wanneer ik gewerkt had: hoe bizar vast ik ook zat, als ik een weekje vrij was, waren mijn klachten ineens weg. Weg. Zij liet me een werkplekonderzoek aanvragen bij mijn baas en mijn baas akkoordeerde dit. Voordat de onderzoeks-dame kwam liet ze mij een uitgebreide vragenlijst invullen. Daar stonden vragen in over mijn werkzaamheden, mijn bureau, mijn monitor.. Maar ook vragen over waardering. Over de werkdruk. En die paar kleine vragen waren zó confronterend, dat we in één klap allemaal wisten waar die verkramping in mijn nek vandaan kwam. Na die vragenlijst kon ik namelijk niet meer ophouden met huilen. Twee weken lang niet. En ik kwam thuis te zitten. Burned out, dus.
Ik krabbelde weer op. Begon weer met werken, heel langzaam. Bouwde op, uurtje na uurtje, overwinning op overwinning. Ondertussen kreeg ik ondersteuning van de dame die ook mijn werkplek had onderzocht en zij leerde me veel. Over copingstijlen, over het bemerken van je eigen grenzen en het bewaken ervan, over dingen van je af zetten.. En ik werd beter. Ik leerde veel over wat ik écht belangrijk vond, over het naast me neerleggen van 'zoals het hoort' en ik ging minder werken. Ookal had ik geen kinderen en deed ik geen opleiding. Gewoon, omdat ik vrije tijd belangrijker vond als wat extra geld. En het werkte bizar goed: tot op de dag van vandaag glijd werkdruk van me af en kan ik mezelf staande houden in een bizar drukke werkomgeving zonder er al te veel moeite voor te doen. Tuurlijk, soms heb ik wel eens stressmomenten. Een leven volkomen vrij van elke vorm van stress is denk ik niet mogelijk. Maar ik mérk het snel, en kan mezelf dan weer corrigeren door even mijn ogen te sluiten, diep adem te halen, en alles opzij te leggen, op één ding na. Als ik mijn werkzaamheden dan weer heel bewust één voor één aanpak in plaats van allemaal door elkaar ben ik bijna direct weer Zen.
Er is echter één overblijfsel uit die tijd: mijn RSI-klachten. Wanneer ik ook maar éven een stressgevoelig momentje heb gehad schiet ik weer vast. Lang niet zo erg meer als toen hoor: ik kan altijd nog mijn hoofd bewegen en mijn armen optillen, zelf mijn haar borstelen, ik word niet high wanneer de fysio mijn nek losmaakt en ik kan nog altijd leven zonder élke dag pijnstillers te moeten slikken. Maar eerlijk is eerlijk: er zijn momenten dat ik nog steeds terug moet grijpen naar de paracetamol. Dan heb ik hoofdpijn die uit mijn nek komt. En na twee dagen zoals ik deze week had kom ik bij de fysio en dan vraagt zij zich af hoe ik in vredesnaam in zo'n korte tijd zó'n gigantische knoop van mijn nek en schouders weet te brouwen.
En nu ben ik het zat. Nu, dik twee jaar na dato, ben ik nog altijd bezig met symptoombestrijding van iets, dat allang weg had moeten zijn. Blijft mijn lijf hangen in een verdedigingsmechanisme dat ik niet langer nodig heb? Ik denk van wel. En wat doe je daar dan aan? Ik heb geen idee. Een paar maanden geleden kreeg ik van een vriendin de gegevens van haar acupuncturist, die wonderen voor haar heeft verricht. Omdat ik zo graag iets met mijn nek wil. Dat telefoonnummer staat nog steeds netjes in mijn mailbox. Onaangeraakt. Elke keer dat ik ernaar kijk krijg ik last van een soort studie-ontwijkend gedrag, maar dan anders: ik hou mezelf tegen wanneer ik er iets mee wil. En nouja. Ik ben dus bang voor naalden. Dan is het plegen van zo'n telefoontje snel 'vergeten'.
Ik las gisteravond dus dat logje van Sanneke. Met pijn in mijn hoofd en steken in mijn nek, omdat ik gisteren bij de fysio weer eens een ontzettende verkramping bleek te hebben. En ineens was ik het spuug- en spúúgzat. Ik moet hier iets mee. Ik moet hier vanaf! En acupunctuur is niet de enige geneeswijze die kijkt naar het aanpakken van de bron, kwam ik gisteren achter. Ik heb nu dus een goed voornemen: wanneer ik weer ga werken heb ik een afspraak bij iemand die mij hiermee gaat helpen, of uitzicht daarop. Wat voor geneeswijze deze persoon hanteert weet ik nog niet. Maar ik ben er klaar mee. Hopla. Twee-nul voor daadkracht. Tips zijn welkom..

Een drukke baan hebben gaat me goed af. We hebben achterstanden, maar over het algemeen kan ik dit prima van me afzetten. Er zijn wel eens momenten dat ik er gestressed van raak, maar dat is meestal snel weer voorbij. De afgelopen twee dagen waren anders: het leek wel éxtra druk en het vloog me allemaal even naar de strot. Ik rende me rot, dweilde met de kraan open en trok en passant in gedachten de haren uit mijn hoofd. Toen ik gisteren naar huis ging leek het ideaalbeeld dat ik had verder weg dan ooit: vandaag naar huis met een geordend, overzichtelijk en zo goed als leeg bureau.
Ik kocht gisteren een kleine steen. Ik gaf haar een ketting en fluisterde haar mijn hoop in. Ik hing haar om en gaf haar een plekje dicht tegen mij aan. Wie weet wat zij mij zal brengen..
Het hete water hamert op mijn hoofd. Spoelt de koude regen uit mijn haar. Spoelt de kou van mijn lijf. Voor de 2e keer in nauwelijks 24 uur heb ik dezelfde broek in de wasmachine gestopt. Zeiknat. Ik sluit mijn ogen en laat het eruit. Allemaal. Warme tranen. Verdriet, geluk, alles ertussenin. Het geeft niet, ik vind dat het mag. Zelfs om iets onnozels als je sleutels onderweg naar huis verliezen, in de stromende regen. Zelfs om iets onnozels als een auto die niet gemaakt kan worden. Zelfs om iets onnozels als een mooi, práchtigmooi mailtje van een dierbare vriendin. Close to the heart.
Na een volle week voor pampus te hebben gelegen op de bank met een griep die best gemeen was verklaar ik mezelf vandaag weer héél voorzichtig beter. Gister en eergister waren van die dagen waarbij je je best prima voelt zolang je je niet beweegt, maar waar je al snel weer de kous op de kop krijgt wanneer je jezelf aanpraat dat je ook wel weer van alles kunt. Dat ik morgen weer wil gaan werken had ik me al eerder bedacht en vandaag kon dan mooi even de proef op de som: ik ben altijd vrij op woensdagen dus dan kun je mooi even een herontdek-de-wereld-actie doen.


Hoewel er weer licht aan de horizon gloort (zowel wanneer ik naar mijn werk toe fiets als op de terugweg) en de donkere dagen hun langste tijd (haha) lijken te hebben gehad heeft mijn lijf daar een heel andere kijk op. Ze is genoegzaam in winter-modus geslagen en dat betekent vooral dat ik zo veel slaap dat ik er zelf af en toe van schrik. In weekenden en, als het even kan, ook op woensdag, kan ik zo 12 of 13 uurtjes wegslapen om vervolgens weer op een doordeweeks tijdstip uitgeput op bed te liggen en prompt het bewustzijn te verliezen. Mijn gebruikelijke woonplaats in mijn vrije tijd, mijn bureaustoel, wordt heden vooral bewoond door katten en de pc wordt nagenoeg alleen gebruikt om er mijn telefoon aan op te laden.
Ik ben linkshandig. Dat ontlokt nog wel eens interessante opmerkingen van anderen: zo vinden sommigen schrijven met de linkerhand toch "zó knap!" en vinden andere mensen het heel bijzonder "dat ik dan tóch zo'n mooi handschrift heb". Knap vind ik het allerminst (hell, rechtshandigen zijn veel knapper, weet je wel niet hoe móelijk dat is? ;-)), lastig soms wel. Want wat veel rechtshandigen zich niet beseffen, is dat onze maatschappij volledig is ingericht op rechtshandigen. De kant waarop je het deksel van een pot moet draaien om deze te openen. Handvatten van van alles en nogwat. De streepjes op de meeste koffiekannen. Kurkentrekkers. Blikopeners. Scharen. De snij-kant van messen. Zelfs de ramen in de meeste klaslokalen zitten links, zodat het licht goed valt voor rechtshandigen bij het schrijven. Of moet je dan eens een gitaarles nemen van iemand die rechtshandig is.. Dat werkt voor geen meter en linkshandige leraren heb je natuurlijk ook niet, want daar kunnen rechtshandigen weer niets mee.