Proloog
Hoe lang kan een halve dag werk duren? Láng. Maar gelukkig, ook aan deze donderdagochtend kwam een eind. Thuis maakte ik de laatste dingen voor onze katten-oppassen in orde, kleedde me om, knuffelde mijn katjes voor de bijna laatste, éénnalaatste en laatste keer en laadde de auto in. Kreeg nog even een punthoofd van mijn eigen chaos (de drie zakken potgrond die nog achterin lagen eruit halen. Auto volledig inpakken. Erachter komen dat ik sleutels nodig heb om de potgrond binnen te leggen. Spullen weer uit de auto, sleutels uit tas, alles weer in de auto. Potgrond in de kelder, tassen weer uit de auto om sleutels terug te stoppen, halverwege mijn zonnebril tegenkomen, pakken en opzetten, tassen weer in de auto, erachter komen dat ik de sleutels ben vergeten terug te stoppen door de zonnebril. Haren uit mijn hoofd trekken en gillen, zooi wéér uit de auto, sleutels erin, alles weer terug) en haalde achtereenvolgens Chanoek en Paul op. Eenmaal op weg was alles in kannen en kruiken: de files waren we tot aan de B-wegen richting Lowlands voor, we waren tamelijk bijtijds op de camping (anderhalf uur rij, een makkie) en de reeds door onze vrienden ingenomen ruimte was geweldig ruim. Nadat alle tenten stonden en ook onze partytent zijn plek had gekregen luisterden we voldaan naar radio Lowlands, spraken met de buren en hesen onze lichtgevende bloem in onze vlaggenmast. Klaar voor de start!
Hoofdstuk 1
Na een ultiem koude nacht (helaas, alle voorbereidingen ten spijt was het weer ouderwets klappertanden :-() liep ik op mijn geleende slippers (ik had gerekend op regen en had niets dan mijn kisten bij me) met Alan richting de campingwinkel van de Hema. Volledig over de zeik van mijn wederom mislukte plan om wárm de nacht door te komen trok ik mijn portemonnee en kocht een veels te hoog geprijsde slaapzak. Het kon me niets schelen. Komende nacht wilde ik geen kou meer. Onderweg scoorden we de eerste editie van de festivalkrant, welke bij het ontbijt voor vermaak zorgde. Met ál mijn vriendjes en vriendinnetjes liep ik vervolgens naar de India voor de start van deze Lowlands; volgens mij hebben we nog nooit zo'n gezamenlijke aftrap gemaakt. De reden hiervoor was dat werkelijk íedereen wilde horen wat Henry Rollins te zeggen had, en ondanks de knetterende hitte in de tent (hoe koud de nachten bij helder weer ook zijn, overdag is het heet) was het geweldig om deze man aan het werk te zien. Een waardiger start van ons festival had ik me dan ook niet kunnen wensen. Wat een geweldige, charismatische man, en wat zijn de dingen die hij te zeggen heeft wáár. Ookal trapt hij open deuren in, ookal duurt het soms net even een tikje te lang, het maakt allemaal niet uit: deze man had ik voor geen goud willen missen. Na ons aller Henry splitste onze groep zich op als altijd en nam ik samen met Chanoek een kijkje bij Killswitch Engage. Een band die me vooraf erg leuk had geleken, maar welke bij nader inzien toch aardig tegenviel: té veel slome overloopjes, een zanger die wel probeert te grunten, maar het eigenlijk niet kan en een drummer met een dubbele bassdrum die 'm nauwelijks gebruikt. We waren er snel weer weg en liepen door naar de Alpha, alwaar we genoten van het optreden van The Presidents of the United States of America. Stiekum al best een beetje oude lullen, die het stiekum nog best héél goed kunnen allemaal. Meezingers Lump en Peaches ontbraken niet, we zaten in het zonnetje op het gras en alles was goed.
Hierna pikten we Paul op die Roni Size Reprazent had meegepakt, luisterden naar anderhalf liedje van Amy MacDonald en liepen vervolgens naar de tent om ons te wapenen voor het komende donker. Slippertjes uit, kisten aan, warme vesten mee en éven een momentje chillen. Bij de tent wachtte ons een briljante verassing: laatkomer Ivo bleek ook binnen te zijn en hij had Paul's opmerking in een eerdere mailwisseling over het ontbreken van kamerplanten héérlijk letterlijk genomen en wij troffen op ons binnenplaatsje, onder de partytent, dan ook drie potten met prachtige Geraniums aan. Na de plantjes water te hebben gegeven kwamen vervolgens The Thing Things, The Kooks, The Flaming Lips en Infadels aan bod. Leuke optredens, het één wat meer mijn smaak als het andere, maar allen Lowlandswaardige acts. Hierna was het tijd om onsweer op te houden op de favoriete hangplek van ons groepje: de Lima. Aldaar confisqueerden wij een picknickbank naast de feest-tent, lachten, praatten en dronken wat af en genoten vooral van elkaars gezelschap. Blije muziek op de achtergrond, beetje dansen.. Zo kwam aan dag 1 een einde.
Mijn wallen na tóch weer een nacht kou:

Overdag kan het weer dan vervolgens weer zo 180 graden draaien dat je uiteindelijk slippers moet lenen:

Toen we het terrein opliepen werden we verwelkomd door de rijdende disco van een paar jaar geleden, dit keer omgetoverd tot een.. Ehm.. Tja.. Een fluo sportveld met DJ?

De India:

Hoofdstuk 2
Ook deze nacht was weer waanzinnig koud maar HOERA! Die zwaar overprijsde slaapzak maakte het élke teveel betaalde cent waard: ik sliep als een roosje en werd niet één keer wakker! Zéker toen ik hoorde dat er mensen naast onze tent hadden staan schreeuwen in het holst van de nacht, waardoor zelfs Suus en Paul wakker waren geworden (dit zijn net zoals ik mensen die slapen als een blok beton) was ik blij, want daar heb ik niets van meegekregen.Voordat we van de tenten vertrokken moest er trouwens nog getuinierd worden: de tuincentrum-meneer had tegen Ivo gezegd dat de geraniums eigenlijk geplant moesten worden en dat lieten wij ons geen tweede keer zeggen. Onze binnenplaats was nog nóóit zo levendig.
Het weer van overdag was wederom reden om de geleende slippers aan te houden en ook de festivaldag zelf had weer een hoop moois in het verschiet: Jaya the Cat (chillen met skapunkreggea van de bovenste plank), tussendoor nog straattheater waarbij wij ons achter een hek moesten scharen, een bandje om kregen en vervolgens á la Lowlands door de tassencontrole en 'security' moesten, Jan Rot & vrienden (gewoon zomaar ergens een podiumpje tegenkomen dat er eerst nog niet was, op de grond gaan zitten en meegenieten), Blood Red Shoes (is het erg als ik deze alleen nog maar weet omdat ik 'm heb omcirkeld in mijn programmaboekje ten teken van het feit dat ik deze band gezien heb??), Los Campesinos! (GEWELDIG! Let op mijn woorden, deze gaan bekend worden), The Hawkeye and Hoe Band (banjo, contrabas, trommel, DIK feest! Hoogtepunt!), Franz Ferdinand (meezingen, want wij zijn zo blij, blij, blij) en tot slot de Russen-disco, met veel 'balkan-beats', coctails én natuurlijk weer veel Bamboe (zie het logje van vorig jaar, ook dit jaar werd er weer gesprongen; dit keer raakte er echter niemand van ons gewond). Natuurlijk moesten we ook dit jaar weer een beetje stout doen en pikten we een pot bamboe van z'n rechtmatige plek (tja, je moet wat, wanneer je een aardappelschilmesje op tafel vind? Die potten bamboe zaten ook niet eens zo heel erg vast, bleek) en dansten we vrolijk verder. Een mooier einde van de tweede dag kun je je niet wensen.
Paul en Ralph blijken best groene vingers te hebben:

Onze binnenplaats:

Mijn tweede bandje vervult mij met trots; ik heb namelijk een heus HEK-bandje:

En onze bamboe:

Hoofdstuk 3
De laatste dag alweer? Elk jaar weer verbaas ik me over hoe hard het wel niet gaat. Deze laatste dag was, geheel volgens allerbeste Lowlands-traditie, regenachtig en nat. De échte regen liet echter op zich wachten tot een uur of 6, waardoor het niet al te nadelig was. Zo hebben we het graag! Ons programma bestond deze dag uit Lykke Li (leek me helemaal niets, maar was stiekum best heel leuk!), Textures (in het voorbij lopen hoorden we de zoete klanken van deze knetterharde metalband en bleven even hangen), Gogol Bordello (net als twee jaar terug een absoluut hoogtepunt!), Tricky (jóngens, wat is die man GOED!), Asakusa Jinta (hoera voor geflipte japanners), dEUS (superstrak, en tot onze verbazing speelden ze Suds & Soda), Anti-Flag (gewóón fijne punk) en als afsluiter The Dresden Dolls (theaterrock met Tim Burton-trekjes). Nog één keertje hingen we rond bij de Lima, proostten we op ons eigen fijne festival en togen ik en mijn lief vervolgens naar de tent. Het was mooi geweest, maar ook veels te kort. Onderweg naar de camping maakten we alweer plannen voor het volgende jaar.
De regen van de laatste dag hoorde er geheel volgens traditie bij:

Bij elk Lowlog horen foto's van de Lima:


(Noteert u ook even het Llow-rookverbod, inclusief voelsprieten van de zgn. Llowlows, de Lowlands-mascottes?)
Epiloog
En daar heb je 'm dan weer: die verdómde maandag, op tijd je bed uit anders zijn de toiletten al dicht, 3 dagen chaos uit je tent scheppen, je loodzware tas op je rug, een pokke-eind lopen om nog úren in de file te staan om van het parkeerterrein te komen (en geloof me, dan hebben de mensen die met de auto zijn nog the better end of the deal). Iedereen is moe en een beetje geprikkeld, iedereen wil graag naar huis. Maar dan! Eenmaal in de auto, na drie kwartier kijken naar auto's die net als jij geen céntimeter vooruit komen, bedenk je als vriendengroep een plan. Met twee auto's door de greppels, op weg naar het begin van de file! Een ander zou waarschijnlijk al gestresst raken van de gedachte, maar bij ons wordt het dan meteen een hele organisatie: alle passagiers uit de auto, de chauffeurs in opperste concentratie.. De eerste greppel was niet moeilijk, dit was voornamelijk een behoorlijke kuil. Met gemak namen onze twee loeigrote auto's (een Citroën CM en onze eigen Suzuki Baleno Station) deze hobbeldbobbel en reden we door naar de tweede en laatste greppel.
Deze was flink kapotgereden en in de grote laag modder zat een BMW vast. En toen weer een stérk staaltje teamwork: alle passagiers uit de auto's, de chauffeurs klaar voor de start, drie man voordringende auto's tegenhouden door quasi-nonchalant ervoor te gaan staan ouwehoeren en twee man sterk te hulp om de vastzittende auto uit de modder te duwen. Auto weg, de volgende in de rij de modder in, ook deze auto weer los duwen.. Toen waren wij. De CM eerst, toen ik. Met z'n tweeën tegelijk gaven we gas (de flink opgepompte CM spetterde onze motorkap flink vol en ook Paul kreeg de volle laag) en reden we er zó, heel soepel, doorheen. Achter ons was nog een auto aangehaakt die meteen achter ons aankwam, maar ook zij kwam vast te zitten. De euforie van ons sterke staaltje samenwerken gecombineerd met het stuurmanschap van mij en Ralph (naar om jezelf zo op de borst te slaan, maar ik vond het best cool van mezelf dat ik en één van mijn vrienden de énigen waren die zonder vast te komen zitten door de modder geploegd waren) deed iedereen juichen en na ook de auto achter ons uit de modder hadden bevrijd waren we on our merry little way. Nog geen half uur later zaten we op de weg, met grote moddersporen op onze zijkanten en een flinke pluk gras aan onze trekhaak van de eerste geul..