Al eerder vertelde ik over mijn dilemma met betrekking tot het dieet van mijn katjes. Ze zitten nu zo'n maandje op de blaasgruis-dieetbrokjes en ze vinden ze lekker. Een beetje té: Beertje is in dit kleine beetje tijd zo afschuwelijk veel aangekomen dat ze langzaam maar zeker model 'voetenbankje' begint te krijgen. Het is nog niet héél erg, maar mijn katten zijn nog nooit dik geweest en ik baal er dan ook stevig van. Veel van die brokjes krijgen ze niet eens, dus hoe ze het voor elkaar krijgt is me een raadsel. Maargoed. Die brokjes gaan er dus wel in. Omdat katten echter van nature slechte drinkers zijn en zij 'in het wild' hun vocht uit hun prooidieren halen is het belangrijk dat ze ook 'nat voer' binnenkrijgen. Maar Max wil zijn dieet-maaltijdzakjes niet. Hij vind ze niet lekker. En die van Loki en Beertje, die mag hij dan weer niet. Zij hebben echter het omgekeerde probleem: zij willen juist liever die van Max.. Maar om ze nu alledrie volledig over te zetten op dieetvoer vind ik dikke onzin, dus dat feestje gaat niet op.
Dus nu? Na veel onderzoek, nadenken, praten en advies vragen zijn we om. We hebben besloten ze over te zetten op natuurlijke rauwe vleesvoeding. Gisteren zijn we ermee begonnen. Langzaam laten wennen is het devies, want hun maagjes zijn er nu nog niet tegen opgewassen. Maar als ze er eenmaal aan gewend zijn is hun maagzuur véél zuurder als nu, waardoor ze het heel goed kunnen verteren. Volgens de dierenarts die ik heb gesproken zijn de meest opvallende werkingen de verbeterde vacht, verminderde haaruitval, héle schone tanden, ziektes die spontaan verdwijnen en nooit meer terugkomen en minder veel en minder stinkende ontlasting. Verder zouden katten op deze voeding vitaler, vrolijker en speelser zijn. We gaan het zien. Voor nu is het vooral wennen: Max en Loki vinden het vooral eng en raar, Beertje loopt er al volledig mee weg: wanneer ze haar eigen bakje leeg ge-stofzogen heeft peutert ze het verse vlees dat haar broers laten staan uit hún bakjes en eet dat er ook nog eens bij op..
************
Daarstraks in de Albert Heijn begon ik me even af te vragen of er morgen soms één of andere feestdag is waar ik geen weet van heb: het leek wel alsof er een oorlog was uitgebroken. De karretjes waren op, net als de handscanners (jaha, heel handig als het druk is en je niet in de rij wil), door gangpaden heen komen was een bijna onmogelijke opgave en als je niet uitkeek werd je aangereden door karren die zo hoog waren volgestapeld dat de bestuurders nauwelijks nog over de berg levensmiddelen heen kon kijken. Ik moest alleen maar een tube tandpasta en een brood, dus ik vloog zo goed en zo kwaad als het ging door de winkel, om er vervolgens bij de kassa's achter te komen dat ik toch écht heel geïrriteerd moest zijn omdat de handscanners op waren. Jémig, wat een rijen! De grote borden met "3 in de rij? Kassa erbij!" wiebelden treurig boven de véél langere rijen. Achter élke kassa stond minimaal één übervolgeladen kar, en ookal wisselde ik een paar keer van rij omdat het niet opschoot, al die mensen met überveel spullen hadden überweinig zin iemand met twee lousy boodschapjes even voor te laten. Uiteindelijk was mijn behendigheid mijn winnende voordeel toen er een extra kassa open ging; al die mensen met bijna onstuurbare karren waren nog aan het bedenken hoe ze daar in vredesnaam heen moesten komen toen ik er al bij stond. Lekker puh!
Maar mezelf de winkel weer úit worstelend begon ik het me toch wel af te vragen: hoe kan dat nou? Als ik mijn weekboodschappen doe laat ik altíjd mensen met een paar dingetjes eventjes voor gaan. Dat is toch niet meer als normaal? Dat doet toch iedereen? Kom ik dan in zo'n egoïstische supermarkt? Of is dit nou de 'verhardende maatschappij' ? Maar gelukkig, even later, bij de kaasboer waar een vriendinnetje van me net is gaan werken, werd mijn vertrouwen in de mensheid weer hersteld. Na al een tijdje te hebben gewacht op mijn beurt deed één van de medewerkers *druk* op een knopje en toen deed het nummertjes-omroep-dingetje *flip* en toen was de meneer of mevrouw met nummer 255 aan de beurt. Oh. Een beetje sullig liep ik naar de nummertjes-automaat. Samen met nog een meneer, en toen we elkaar vragend aankeken omdat geen van beiden klaarblijkelijk wist wie er eerder was, zei hij "Nou, dan mag jij wel éérst". Lachend om ons beider onhandigheid trok ik nummertje 259 en bedankte hem.