30 Apr 2008
by Annibalin Pirate kitty's treasures
Na vannacht een bijzonder gezellige, tegen alle verwachtingen in droge Koninginnenach te hebben gevierd en vanmiddag van de vrijmarkt te zijn geregend streken we met onze vrienden neer in café de September. Exáct op dat moment hield die harde regen met grote druppels natuurlijk op en begon het zonnetje weer te schijnen, maar er was geen haar op ons hoofd dat nog dacht aan het verlaten van deze fijne, warme, droge plek. Omdat ik wat later was als de rest (ik was nog even de HEMA ingerend voor oranje-tompoucen) haalde ik een rondje voor iedereen.
Vertwijfeld keek ik vervolgens naar de kleine hoeveelheid contanten dat nog in mijn portemonnee’tje restte. “Daar halen we nog niet eens een hálf rondje van” dacht ik bij mezelf en daarom vroeg ik mijn mede-kroeggangers om een bijdrage. Nadat me echter verteld was dat hier ook gepind kon worden hobbelde ik na even te hebben nagedacht alsnog, héél stoer, naar de bar om het zelf te regelen.
Dat ik erover na moest denken was overigens niet omdat ik het rondje niet zelf wílde betalen, maar had vooral betrekking op het feit dat Paul’s week-salaris* van gisteren maarliefst 1/3 minder was als normaal. Waarom wordt nog onderzocht (niemand heeft enig idee), maar voorlopig missen we voor nu dus bést een flinke hap uit ons gebruikelijke budget. Omdat het echter gisteren was gestort en de banken vandaag vanwege koninginnedag toch niet werkten wist ik zéker dat er geen onverwachtse afschrijvingen roet in het eten zouden gooien van deze actie en besloot ik dat dat ene rondje er best wel vanaf zou kunnen. En nu ik toch bezig was: ik had honger! Blij bestelde ik er dus ook nog een broodje en een glas melk bij, haalde mijn pinpas door het apparaat en drukte de cijfertjes van mijn pincode in.
Grote hoofdletters verschenen op het scherm: “GEEN SALDO”. Beschaamd keek ik de barman aan. Grond, opent u.. Nóg beschaamder liep ik terug naar de vrienden, om tóch om die bijdrage die ze net allemaal weg hadden gestopt terug te vragen. Onze laatste 5 euro stopte Paul in de pot en ik voelde mijn wangen nóg harder gaan gloeien toen ik me bedacht dat dat net voldoende was voor dat broodje dat ik had besteld. Schaamtelijk! Ik liep weer terug naar de bar, betaalde, gaf de laatste 72 cent als fooi en ging weer zitten. Toen mijn broodje werd gebracht moesten onze vrienden me natuurlijk even plagen, hetgeen goedbedoeld (hell, ik zou het óók doen), maar op dát moment kon ik wel huilen**. Mijn honger was me al volledig vergaan (gelukkig wilde Ralph me wel helpen met het opeten van dat gigantische ding) en zodra we onze drankjes op hadden ben ik met de staart tussen de benen naar huis gevlucht. Natuurlijk had dat niet gehoeven. Er was begrip alom; iedereen had het wel eens meegemaakt. Als we waren blijven zitten hadden onze vrienden ons zéker voorzien van alle drankjes die we wilden hebben. That’s what friends are for. Dát is rijkdom. Maar ik wilde het niet. Ik kon het niet.
Eenmaal thuis bleek de bank wél gewoon te werken op koninginnedag en waren er afschrijvingen geweest die we bést aan hadden gekund, als er niet een flink gedeelte van Paul’s salaris zou hebben ontbroken aan de betaling van gisteren. Ik prees mezelf gelukkig terwijl ik geld van de spaarrekening naar de gewone rekening overboekte, zodat we die laatste paar kleine boodschappen die we nodig hadden nog even konden gaan halen. Het is goed om wat achter de hand te hebben. Dat is óók rijkdom. Al heb je daar in de stad niets aan..
*: Lastig, ja. Maar voorlopig is dit nog even zo. Zijn vaste contract komt eraan, maar wannéér.. Tja..
**: Dat krijg je ervan als je ongesteld moet worden :-P De tranen stonden me wérkelijk in de ogen.
28 Apr 2008
by Annibalin Pirate kitty and her kittens
Afgelopen vrijdag belde ik met onze dierenarts. De antibiotica-kuur van Max zou op zaterdag aflopen en ik wilde weten hoe het nu verder moest. De dierenarts meldde dat het werd tijd om een plasje van Max in te komen leveren, zodat er getest kon worden op de aanwezigheid van gruis. Omdat ik vrijdag na mijn werk niet meer voldoende tijd had om hier iets mee te doen spraken we af dat we extra antibiotica zouden gaan halen om het weekend door te komen en dat wij maandagochtend, vandáág dus, voor ons werk een urinemonster in zouden leveren.
Hoe neem je een urinemonster van een kat? Nou, daar hebben ze iets op gevonden: je koopt een zakje met plastic kattenbak-korrels, kiept die in een mooie schone kattenbak en wacht tot poesie-lief een plasje doet op die korrels. Dan kantel je de bak ietsjes, pakt het meegeleverde pipet-ding en brengt daarmee het plasje over naar het eveneens meegeleverde reageerbuisje. Dopje erop, fiets pakken richting de dierenarts, plasje inleveren, klaar.
In theorie, dan. In de praktijk gaat die stomme kutkat (pardon my french) natuurlijk de héle nacht zijn plas ophouden, omdat hij die plastic korrels stom vind. In de ochtend kom je dan als bezorgde katten-ouders bij de bak en dan zit er niets in. Níets. Na een spoedberaad van de zéér plaatselijke katten-ouders-vereniging kom je tot de conclusie dat je dan maar de gewone bak zonder deksel erop midden in de keuken moet zetten en met argusogen in de gaten moet houden wanneer die eigenwijze drol gaat zitten (aan zijn toegeknepen pootjes te zien zóu dat niet zo lang moeten duren. Tóch?). Unaniem wordt vervolgens besloten tot het opnemen van een opscheplepel in de procedure (het bakje vind men te riskant; wanneer het te groot is is die kat al uitgepiest eer je een betere oplossing hebt bedacht) en dan begint het wachten. Dat wachten duurt dan niet zo lang, maar als de raad dan opveert met lepel, pipet en ander dubieus materiaal in de hand denkt die kat dus mooi “als ik in de gaten gehouden wordt dóe ik het lekker niet.”
Exit kat van kattenbak. Dit herhaalt zich dan nog een keer of 4, tot de raad zich maar eens gaat beraden bij ons aller Google; dát blijkt een uitstekend moment voor meneer Poesie-Kat te zijn om dan toch écht maar toe te geven aan zijn ondertussen waarschijnlijk bijna knappende blaas: vanuit de ooghoeken neemt de raad de verdachte hurk-houding waar die het dier aanneemt (sowieso, víer pootjes in één keer in de bak, die hadden we nog niet gehad vanmorgen!), graait naar de lepel en schuift deze op hoop van zegen onder de kat via de achterzijde, zodat dier in kwestie het niet ziet. Gespannen wachten om te zien of die lepel wel enigzins in de richting zit (best lastig, je ziet geen hol met zo’n kat ervoor) en men juicht voorzichtig wanneer er iets klotsends aan de rand van de lepel te zien is. De kat ondertussen, die de aanwezigheid het gezelschap an sich klaarblijkelijk niet al te bezwaarlijk vond, is klaar met de plas, draait zich om om geheel routineus enige graaf-werkzaamheden te verrichten en doorziet bij het zien van de lepel met grote schrik het snode plot: met open ogen is hij erin getuind! In een flits (hoe dóen ze dat toch?) is Max weg van de kattenbak en zit ons norsig aan te kijken van onder de eettafel. Je hoeft geen kattenfluisteraar te zijn om te weten wat er in dat koppie om gaat: “EIKELS!”
Maar dat kan pa en moe allang niet meer schelen: missie geslaagd!
In de middag bel ik conform afspraak de dierenkliniek. De centrifuge is uitgedraaid en de uitslag is binnen: geen gruis meer te bekennen! Nog geen miniscúúl deeltje is teruggevonden in zijn urine (zou ik moe zijn? Ik wilde hier daadwerkelijk een seconde of 0,068 ‘marine’ schrijven :-P), medicijnen zijn niet meer nodig en ja: Max is weer beter! Ik ben zo blij, zo gelukkig, zo tróts op dat lijfje van hem: met een beetje hulp kan hij het allemaal weer zelf
Nou, ok, op één ding na dan: aan dieetvoer ontkomt hij niet meer. Of toch wel? Ik ben me aan het inlezen. Naast de tegenstrijdige adviezen van verschillende dierenartsen heb ik namelijk nog iets interessants gevonden: biologisch rauw vlees-voer*. Veel dierenartsen zijn er (nog?) op tegen, maar het schijnt enorm in opkomst te zijn. Steeds meer onderzoeken wijzen de positieve werking hiervan uit, de mensen die het hun dieren geven weigeren pertinent ooit nog iets anders aan hun beestjes te geven. Er zijn dierenartsen die al wél volledig om zijn en die adviseren niets anders meer. Of het wat is, dat is de vraag. Eventuele ervaringen zijn welkom..
And now, if you’ll excuse me.. I’ve got a kitty (or 3) to cuddle
*: Van de merken Bibi en Carnibest, voor de geïnteresseerden.
27 Apr 2008
by Annibalin Pirate kitty loves Pirate cat
Toen we gisteren bij Suus weggingen bedacht ik me dat het zónde was om niet van het mooie weer gebruik te maken en nog wat te genieten in het zonnetje. Een terras opzoeken en er samen een klein hapje eten leek me een geweldig idee. Lekker jezelf eens verwennen, niet hoeven koken en even de onverdeelde aandacht voor elkaar. Belangrijk, want door de drukte van de afgelopen twee weken en mijn vermoeidheid door mijn nieuwe baan hebben we nou niet bepaald veel quality-time met elkaar kunnen spenderen. Omdat Suus in de stad woont leek het ons niet al te moeilijk een eet-terras te vinden in het zonnetje. Maar onze favoriete restaurantjes hebben over het algemeen helemaal geen terras, bedachten we ons. En degene die dat wel heeft, heeft een terras in de schaduw. Op de Grote Markt eten dan maar.
Maar op de grote markt bleek de schaduw ook meer ingevallen te zijn als wij verwachtten en het deel van het terras waar nog wèl zon in overvloede was, zat het natuurlijk bárstensvol: er waren zelfs mensen op de grond gaan zitten. Omdat we onderweg naar huis ook nagenoeg langs een aantal eettentjes zouden komen leek het ons dan maar het handigst om op de fiets te stappen en onderweg verder te zien. Maar ook deze terassen waren op de schaduw, vol, of zonder gelegenheid te pinnen. Een pin-automaat opzoeken dan maar? Daar had ik eigenlijk al geen zin meer in. Sterker nog: de lol was sowieso wel een beetje van dat hele uit-eten-verhaal af. Maar van de nood kun je natuurlijk óók een deugd maken, bedacht ik me. Aldus renden wij de Albert Heijn bij ons om de hoek in, stelden de maaltijden samen die we ieder graag eten wanneer we uit eten zijn, sleepten de kampeertafel mee uit de kelder en installeerden ons met de katjes op het balkon. Oók niet echt in de zon, maar wél lekker buiten. En nog véél meer samen dan in een restaurant. En dat voor een fractie van de prijs..
We genoten van elkaars gezelschap. Van onze balkonplanten, die alweer in de knop staan. Van de katten, die zichtbaar blij waren buiten te zijn en die hapten naar vliegjes, mekkerden naar vogeltjes en rolden door de laatste herfstige blaadjes die zich in de hoekjes op hadden gehoopt. Gezellig en knus. Helemaal nog niet koud. En het eten was gewoonweg zálig.
“Ik wil wel vaker in dit restaurantje eten” zei ik Paul. “Het bevalt me hier wel. De entourage is leuk, de bediening kan er ook prima mee door.” Paul keek naar de katten, die met enige regelmaat omtrekkende bewegingen richting onze tafel maakten, in de hoop op een stukje vis van mijn zeemeerminnenmaal. “Zéker.” Zei Paul. “Ik vind alleen de andere gasten zo opdringerig..”
24 Apr 2008
by Annibalin Pirate kitty on a roll
Het is léuk, op mijn nieuwe werk! Ongelooflijk hoe veel verschil er is tussen het bedrijf waar ik werkte en het bedrijf waar ik terecht ben gekomen. Niets ten nadele van mijn vorige baan hoor, zéker niet, maar die dingen die mij in de loop der jaren steeds meer op begonnen te breken en tegen begonnen te staan zijn zó anders waar ik nu zit..
Ik val namelijk meteen met mijn neus in de boter qua stress: de afdeling is sinds afgelopen maandag over op een nieuw computersysteem, waardoor er achterstanden en dús stress zijn ontstaan. En ookal voel ik die waarschijnlijk een stuk minder omdat ik er als nieuweling nog niet zo veel van op mijn bordje heb, ik denk toch dúidelijk het verschil te merken: dit is ándere stress als ik gewend ben. Een afdeling van 19 personen met een achterstand is gewoon niet hetzelfde als een bedrijf van 3 personen waar structureel meer werk is dan mensen.
Ik hoef niet meer op mijn tenen te lopen nu. Hóe druk het ook is, het is bij lange na niet zo druk als waar ik vandaan kom. Er is altijd wel eventjes tijd voor een babbeltje. Zelfs voor de aller-druksten onder ons. Een boterhammetje eten mag en kan gewoon tussendoor. En het werk zelf is, ook niet onbelangrijk, óók helemaal leuk! Veel weet ik er nog niet van, maar ik heb ondertussen in elk geval voldoende geleerd om de samenhang tussen bepaalde werkzaamheden voor ogen te krijgen en een beetje rond te kunnen scharrelen op eigen initiatief wanneer er even geen tijd is om me nieuwe dingen uit te leggen.
En wat er óók heel leerzaam is: ik wordt weer even met mijn neus op mijn eigen vooroordelen gedrukt en leer rolpatroon-doorbrekend te denken op de werkvloer. Gisteren kregen we namelijk allemaal een documentenstandaard. Heel handig, alleen vertelde de afdelingssecretaresse (jaha!) er wel bij, dat we ze zelf even in elkaar zouden moeten zetten. “Oh,” dacht ik. “Piece of cookie! Even een beetje zo’n dingetje in elkaar klikken, prima!”
Maar dat was het dus niet. Want er moest een schroef door de twee main parts gedraaid worden om deze delen met elkaar te verbinden. Een gróte schroef, ook. “Ehm, heb je dan misschien ook ergens een schroevendraaier?” vroeg ik de dame in kwestie hoopvol. Ze keek me aan alsof ik iets bijzónder raars zei. “Nou, uh, ik heb het zelf maar met een schaar gedaan, eigenlijk” meldde ze, en ging weer door met het uitdelen van de onderdelen. Pfff, nouja.. Ok dan, dat moet dan ook wel lukken, toch? Nee dus. De schroef was de groot en liep zó stroef door de schroefdraad dat ik ‘m al gauw muurvast had gedraaid én de punt van mijn mooie, splinternieuwe schaar had verkloot. Crap, wat nu? “Inventivity is a virtue” * sprak ik mezelf toe en bedacht een oplossing. Aldus liep ik naar de dichtstbijzijnde roedel mannelijke collega’s en vroeg hen of er misschien iemand was die een leatherman** of een soortgelijk apparaat bij zich had.
Het clubje keek me verbluft aan. De ene helft reageerde oprecht verward met iets van de strekking “Een wát? Wat ís dat?” en de andere helft proestte het uit bij het bespottelijke idee alléén al dat er mensen zijn met zo’n ding op zak (eventueel nog aangevuld met licht sarcastische reakties als “Oh, nee, sorry, die heb ik nou nét niet bij me”). Eén collega schoot me echter te hulp: mijn direct leidinggevende Nathalie. “Nee, ik heb er géén. Maar ik zou er best eentje willen, ik vind ze héél mooi.” Alle spot onder het stoere ploegje mannen was op slag verdwenen. Hier stonden twee vrouwen een gesprek te voeren over multi-tools, terwijl de helft van de aanwezige mannen niet eens wist wat een Leatherman wás
*: Inventiviteit is een deugd.
**: Zie het plaatje bij dit log.
N.B.: Uiteindelijk voelde één van de mannen zich geroepen om de deerne in nood te helpen en regelde een schroevendraaier, waarna hij eigenhandig voor íedereen van de afdeling (m/v) de documentenstandaard in elkaar schroefde. Hulde!
22 Apr 2008
by Annibalin Pirate kitty's treasures
Sind ik een heel bijzonder cadeau kreeg van vriendinnetje Francis, verlang ik hevig naar de aanschaf van een nieuwe mobiele telefoon. Ik vind mijn huidige toestel namelijk te lomp, te grijs en té beschadigd om er zó’n vreselijk mooi elfje aan te hangen. Maar uit het verleden weet ik: wees voorzichtig met je wensen! Omdat ik mijn abonnement voorlopig nog niet kan vernieuwen is een nieuwe telefoon op dit moment out of the question, dus besloot ik maar weer eens mijn oude vriend ebay op te zoeken, om het wachten tot ik ‘weer mag’ wat te verlichten. En ookal ís er voor deze telefoon niet zo héél veel spannends te vinden daar deze eigenlijk geen verwisselbare frontjes heeft, ik vónd ze lekker toch: nieuwe frontjes. In het knálpaars. Ok, het moeilijks te vervangen gedeelte blijft dan onvervangen, maar daar deze al een soort van héél donkerpaars is geloof ik niet dat ik dáár erg mee kan zitten.
Omdat ik óók heel graag wil dat foon en hangertje een beetje beschermd zijn in mijn alles-verslindende hutkoffer met inhoud, besloot ik ook maar eens toe te geven aan die hype die tot op heden volledig aan mijn deurtje voorbij ging: telefoon-sokjes. Mjah, en dat klinkt dus héél stom. Maar je hebt wel mooi hele hippe, daro, op ebay. Dus bestelde ik er ééntje die perfect bij mijn hangertje gaat passen: eentje met Tinkerbell erop. En tja, voor de afwisseling ook maar eentje van the Little Twin Stars. En nou, ok, zó vaak koop ik niet van die dingen, dus ach, die ene van baby-Tigger doen we er ook maar gewoon bij..
Nu moet ik dus wachten tot ik ze binnen krijg. Want dan, dán, heb ik echt de allerhipste telefoon van allemaal.. Who needs a new one?
************
Met Max gaat het nog steeds hardstikke goed! Gisteren schrokken we wel even, omdat hij van de bak kwam en zich weer heel erg ging zitten wassen, maar toen bedachten we dat het pas de éérste keer was dat we hem weer zo zagen wassen sinds we voor het laatst bij de dierenarts waren geweest en waren we weer opgelucht. Nu we weer enigzins over zijn op de orde van de dag blijft eigenlijk vooral het enige dat nog van de behandeling rest over om ons mee bezig te houden: twee maal per dag moet hij nog pillen hebben. En dat is naar. Náár, zeg ik je! Ooit wel eens een onwelwillende kat een pil in zijn mik proberen te schuiven? Nee, herstel, een onwelwillende Máx? Gut, wat kan dat beest goed doen alsof hij de pil doorslikt. En zijn kaken stijf op elkaar houden, tot je denkt dat hij geslikt heeft. En dan, als je éven verslapt.. “PLUH!”
En dan vliegt de pil dus onder de bank. In zijn eten prutten heeft ook geen zin, want dan moet hij zijn eten niet. Of, in het positiefste geval, eet hij in elk geval wel, maar eet hij prachtigmooi om de pillen heen. Hoe doet zo’n beest dat toch?? Nouja, hoe het ook zij, het is tijd voor bed, nu. Maar niet voordat we nog weer met pincet in de aanslag hebben ge-sumo-worsteld met onze kat, die geen pillen wil.
Kunnen ze daar trouwens geen katapult-achtig systeem voor bedenken? Lijkt me ideaal: “Schat, hou jij de kat even open? Schiet ik de pil naar binnen!” (In mijn hoofd hoor je dan vervolgens het geluid dat je in tekenfilmpjes altijd hoort als ze elkaars bek opentrekken (zo’n prullenbak, geluid, zeg maar), en vervolgens het geluid van een pil die richting een afvoerputje rolt..)
20 Apr 2008
by Annibalin Pirate kitty and her kittens, Pirate kitty in distress
Nou, daar zaten we dan, eergisteravond, op de bank met het laatste advies van de dierenarts in ons hoofd: “zet Max zo lang mogelijk apart met een kattenbak met keukenpapier erin, zodat je erachter kunt komen hoe veel hij plast, of er bloed in zit en natuurlijk ook óf hij wel plast.” Lastig, want katten tegen hun zin ergens opsluiten werkt vaak érg slecht. Je moet ze dan ergens apart zetten waar je voorlopig niet meer zal komen, want anders ontsnapt het betreffende dier natuurlijk metéén zodra de deur ook maar denkt aan opengaan. Maar uiteindelijk bedachten we toch een oplossing: Max een hele nacht lang bij ons op de kamer met water, brokjes en eigen bak, Loki en Beertje in de rest van het huis (maar dan wel de kamerdeur open, die anders dicht gaat zodra we naar bed gaan). Het ging verassend goed: geen enkel katje heeft er echt heel moeilijk over gedaan.
Toen ik gisterochtend uit bed kwam was Paul al weg: die ging een dagje trainingen geven bij de YMCA. Hij had het me al even toegefluisterd toen hij uit bed ging en toen ik na een beetje uitslapen zelf ook nog even controleerde was de conclusie duidelijk. Géén plasje. Geen druppel te bekennen. Zou een kat een hele nacht zonder te plassen kunnen? Ik weet zéker dat ik ‘m op de bak heb gehoord (ik heb dan ook slecht geslapen: ik lag continue te luisteren wat hij aan het doen was), maar schoner als dit kon een kattenbak niet zijn.. Na enig gedub belde ik toch maar even de weekend-dierenarts (toevallig had de dierenarts van Paul’s zus Suus dienst, waar ik tijdens één van haar vakanties al wel eens was geweest met haar Pluk) en door de dierenarts werd me te verstaan gegeven dat dit een spoedgeval was dat zelfs geen paar uur meer kon wachten. Over drie kwartier werd ik verwacht met Max. Wow! Sprintje trekken naar de douche, via de telefoon om mijn moeder te bellen (altijd fijn om iemand bij je te hebben), Max nog éénmaal bij de kattenbak opsluiten (waar hij meteen op ging, maar na een klaaglijk mauwtje onverrichter zaken weer vanaf kwam), vervolgens kat in bakje proppen, papierhandel en alles dat ik gisteren van mijn eigen dierenarts mee had gekregen in een tasje en meteen de auto in.
Bij mijn moeder stapten we over in mijn mama’s Alto, omdat die makkelijker te parkeren is en om twee over half twaalf spoedden we ons de praktijk in. Het was dezelfde arts die mij ook al eens had geholpen met Pluk, dus dat was fijn. Een prettige man. Hij registreerde onze gegevens en liet ons meteen door. In de behandelruimte liet ik alles zien dat ik de dag ervoor bij de dierenarts mee had gekregen: de rekening waarop exact te zien was wat ze gedaan hadden qua prikjes, de antibiotica voor thuis en de speciale brokken die ik er had aangeschaft. Vervolgens voelde de dokter Max’ blaas, maar net als bij de andere dierenarts was deze niet overdreven vol. “Waarschijnlijk krijgt hij er nog wel druppeltjes uitgeperst” zei de arts. “Maar we gaan eens kijken hoe verstopt hij is. Wanneer de kat niet verstopt is kan ik met relatief gemak zonder verdoving een catheter inbrengen.” Ik keek naar mijn kat. Arm dier. Samen met mijn moeder hield ik hem op zijn zij op de behandeltafel gedrukt, terwijl de arts de katheter in probeerde te brengen. Wriemelend en piepend probeerde Max zich los te wrikken, maar zonder succes. Ook de dierenarts boekte weinig succes: hij voelde iets dwars zitten waardoor het niet lukte. Na nog één poging voor-de-zekerheid was het hem meer dan duidelijk: deze kat zat verstopt en moest doorgespoeld worden. Een narcoseprik werd toegediend en ocharme, wat vocht mijn kleine mannetje ertegen. Het gevecht was zó sneu om aan te zien dat ik mijn tranen niet kon bedwingen: kwijlend en kokhalzend viel zijn achterlijf al om, terwijl hij met zijn voorpoten wanhopig richting de zijkant van de tafel probeerde te klauwen. Zijn staart zwiepte vervaarlijk en er moest een tweede narcoseprik aan te pas komen eer hij het écht niet meer hield. Nog ver nadat ook zijn voorkant in was gezakt was aan zijn staart te zien dat hij het er nog stééds niet mee eens was. Goede goden, wat breekt dán je hart.
Toen hij eenmaal écht tot rust was gekomen kon de dierenarts beginnen en opnieuw kwam de catheter tevoorschijn. Hij moest echter een smallere pakken, want door de verstopping paste het gewone formaat niet eens. Hierna spoot hij veel vloeistof naar binnen (nóóit geweten dat er zó veel vocht in één kat kan!) tot het verlossende moment daar was en het vocht er weer uit begon te komen. Met een bakje eronder kneep hij vervolgens de blaas weer leeg en ja hoor, het was luid en duidelijk te zien: gruis! Nu de blokkade weer was opgeheven en Max dus weer normaal zou kunnen plassen was het tijd voor blaasontspanners, zodat hij pas plas-drang krijgt op het moment dat zijn blaas écht vol is (anders zou hij opnieuw gruis in zijn plasbuis kunnen persen omdat de aandrang dan te snel komt) en hem weer bij te brengen. Mijn arme hummel! Met een zeiknat achterlijf lag hij om zich heen te kijken, nog volledig versuft. Dankbaar kroop hij weer in zijn draagmandje om aldaar verder te suffen. Na deze druim drie kwartier durende behandeling handelden we bij de balie vervolgens de administratieve rompslomp af, kregen we andere pillen mee die hij naast de antibiotica van vrijdag óók voorlopig moet hebben en met een hartelijke groet vertrokken we weer huiswaarts. In de auto begon hij zelfs nog een beetje te mauwen om te laten weten dat hij het er niet hip vond en eenmaal thuis wankelde hij meteen zijn mandje uit. Ik denk niet dat ik jullie kan omschrijven hoe opgelucht ik was!
Na nog een middag lang waggelend (ja, logisch, arme) en instabiel op zijn poten door de kamer te hebben gescharreld is hij zo langzaamaan weer terugnaar die good old Max die je uitdagend aankijkt terwijl hij aan de bank krabt en je met regelmaat mauwend wijst op het feit dat hij wil eten. Alledrie de katten hebben we nu op het speciale-brokjes-dieet gezet en dat gaat goed: het is waarschijnlijk bijzónder voedzaam, want ze klagen niet terwijl er toch echt niet áltijd meer brokjes klaar staan (van deze brokken mogen ze niet zo veel). Relief! Om heel eerlijk te zijn weet ik alleen niet zo goed wat ik moet denken van de manier waarop onze eigen dierarts dit probleem heeft aangepakt: enerzijds snap ik best dat je niet zó maar een kat onder narcose gaat brengen, maar eerst zeker wil weten of het niet op een andere wijze kan worden opgelost, maar toch.. Ze hebben ons wel zo het weekend ingestuurd. En waarom kon de weekend-arts dan wél checken of hij verstopt was zonder hem onder zeil te brengen? Misschien ben ik nu een zeikerd hoor, maar ik ga toch eens bij een andere dierenarts navragen hoe zíj hier tegenover staan. Afhankelijk hiervan zullen wij ons beraden: misschien toch een andere dierenarts? Ik weet het niet..
************
Al snel na deze haast-actie nam het weekend gelukkig weer de vormen aan van een normáál weekend: mijn moeder en Wim kwamen nog even een kopje thee drinken om te zien hoe het Max verging en hierna was er gelukkig nog ruim genoeg tijd om de afspraak die ik al een tijd terug maakte door te laten gaan: Erica kwam langs! Hetzij wat later als gepland, waardoor we maar besloten dat ze beter kon blijven eten, maar we waren allang blij dat we deze date niet hoefden te verplaatsen. En gezellig wás het: samen even een boodschap, veel knuffelen met de katten, met z’n drietjes eten en daarna verloren we de tijd behoorlijk uit het oog: uiteindelijk liep Erica pas na twaalven de deur uit. Het was leuk!
Vandaag is een fijne luierdag; veel meer als slapen en een beetje internetten heb ik niet gedaan. Zodadelijk maar eens eten, nog een DVD-tje erin, en lekker luieren tot ik morgen weer op cursus mag. Jeej!
N.B.: Op de (slechte) foto: Max als baby (genomen op het nest)
18 Apr 2008
by Annibalin Pirate kitty and her kittens, Pirate kitty in distress
Mijn lieve Max. Mijn stoere Max. Mijn übermacho kater, als een kleine zieke baby in mijn armen, vandaag bij de dierenarts. Hij drukte zijn lieve lijf dicht tegen me aan en kroop met zijn kop in het holletje van mijn elleboog. Gelukkig, thank the Gods, waren we rúim op tijd met onze constatering dat er iets mis was met hem. Hij waste zich de afgelopen twee dagen wel érg vaak, daar ‘tussen zijn achterpoten’. En als hij van de bak kwam liep hij een beetje raar. Ongewoon aanhankelijk en knuffelig ook wel, eigenlijk. En zelfs zijn relatief nieuwe fetish voor het drinken uit álle bekers water die hij vinden kan (bij voorkeur de mijne, en bij voorkeur met als gevolg dat de beker omvalt, zodat ik daarna een plens water moet opvegen) kwam inééns in een ander licht te staan. En misschien nog wel de meest storende: hij zeurde ineens een stúk minder hard om eten. Eenieder die Max een beetje kent zal weten: dát is niet goed. Snoepjes en andere lekkernijen kunnen hem gestolen worden, maar zijn zakje natvoer in de avond, dát is heilig. Alarm!
Nouja, ik maakte me dus best zorgen, gisteravond. Maar Paul wist me te sussen: hij speelde immers nog gewoon, eten ging er op zich gewoon nog in als koek en ook over zijn buikje aaien, waar Max pertinent van in de kwijl-stand slaat, kon ongewijzigd worden voortgezet. Een nadere speurtocht op het internet wist ook het laatste beetje zorg dát nog bij me sluimerde bijna volledig weg te werken: de symptomen die hier overal van werden genoemd* waren bij Max in geen velden of wegen te bekennen. Maar toch: sinds ik een paar maanden terug werd geconfronteerd met twéé katten met érnstige blaasproblemen in anderhalve week tijd** kon ik het tóch niet helemaal loslaten. “Morgen bel ik de dierenarts even, in mijn pauze.” Sprak ik af met Paul. “Gewoon voor de zekerheid even bellen mag altijd.” Zei lief. Dus in mijn pauze belde ik. Of het kwaad kon, wat ik tot nu toe had opgemerkt bij Max-lief, vroeg ik de dame aan de andere kant van de lijn. Het antwoord liet weinig aan de fantasie over: ik kon tussen één en twee langskomen, want op deze manier kon hij niet het weekend in.
De schrik zat er behoorlijk in: na gisteravond had ik absoluut niet veel meer verwacht als een lachende assistente die moeiteloos een zéér logische verklaring voor dit fenomeen wist op te lepelen, zodat mijn nachtrust weer veiliggesteld zou zijn. De rest van de middag heeft het me extreem veel moeite gekocht me te concentreren op de cursus, die ik voor mijn nieuwe baan aan het volgen was. Het gíng wel, maar niet van harte. Toen ik klaar was wist ik niet hoe snel ik weg moest komen (doorgaans heb ik daar stukken minder last van), want ik had met de assistente afgesproken dat ik hen meteen zou bellen zodra ik uit mijn werk was, zodat ze ergens tussen de reeds volle agenda door een gaatje konden creëren voor Max. Om zes uur mochten we uiteindelijk komen.
Door de cursus was ik al vroeg thuis, zodat ik dus eerst nog moest wachten. Tot Paul thuis kwam. En tot het tijd was om Max in zijn bakje te prutten. De katten vonden het allang best: die hadden extra vroeg hun maaltijdzakje gekregen en hadden dus feest. Ik handelde wat telefoontjes af, ruimde een beetje op. Toen zag ik Max van de bak afkomen. Hmm.. Omdat ik de dierenarts-assistente niet had kunnen vertellen of hij wel of niet kon plassen leek dit me een uitgesproken tijdstip om in elk geval nog even een blik op de kattenbak te werpen. Grote kans dat dit me niets zou zeggen want er maken nog 2 schatjes gebruik van die bak, maar hey, proberen kan altijd, toch? Terwijl Max zich wederom waste, trok ik de kap van de bak en kreeg spontaan een hartverzakking: geen drúppel te zien! Nergens! Daar sta je dan, met je goede voornemen de ernst van de situatie eens even flink te ontkrachten door vrolijk een gigantische plas in de bak te constateren.
Gelukkig kon ik er even over praten met mijn mama aan de telefoon, want nu was ik pas ECHT ongerust, en lief kwam ook maar niet thuis. Snotterend somde ik nog eens aan mijn moeder op wat die twee andere zielige katjes was overkomen en trok een stuk of vier keer met een bevend stemmetje de conclusie dat Max vast niet dood zou gaan, een spoedoperatie zou moeten ondergaan of per direct opgenomen zou worden in het dierenhospitaal. Geen minuut te vroeg kwam Paul binnen en meteen gingen we op pad.
De drie minuten wachten in de wachtkamer leken een eeuwigheid; na de eeuwigheid kroop mijn arme, normaal-zo-stoere-vent tegen me aan als een baby. Míjn baby. Hulde van de dierenarts: doordat we er nu héél vroeg bij waren zijn de beginnende blaasproblemen van dat lieve, gekke zwarte beest waarschijnlijk met medicijnen en speciaal voer te verhelpen. De rest van zijn leven moet hij in elk geval op dieet met héle lekkere (en overigens ultíem dure) brokken en de komende nacht(en) zijn we verplicht over te gaan tot eenzame opsluiting, apart van zijn broer en zus maar met kattenbak, zodat we morgenochtend heel goed kunnen zien wat er allemaal wel en niet uit komt.
Maandag weer terugbellen. Een prik met zijn eerste shot antibiotica ging erin. En nog een kalmeringsprikje erachteraan. Met een stoned-e kat achterin reden we weer terug naar huis, alwaar we hem opgelucht lamknuffelden. Hoe dankbaar ik ben dat Janneman en Luna hun ervaringen met hun zieke katten deelden met hun lezers zal ik nauwelijks kunnen uitleggen. Hierdoor werd ik gewezen op een probleem waar ik me niet heel erg van bewust van en was ik voldoende op mijn hoede om tijdig te constateren dat mijn kat ziek is. Beter is hij nog niet, maar we kunnen hem vanaf nu in elk geval goed in de gaten houden. We kunnen er iets mee dóen.
Ik hoop maar dat hij snel weer de oude is..
*: Men sprak van pijn tijdens het plassen (te merken aan het klaaglijke gemauw vanuit de kattenbak), bloed bij het plassen, ineens niet meer goed zindelijk zijn of helemáál niet meer kunnen plassen.
**: Janneman verloor haar prachtige, 3-jarige Toet als gevolg van blaasproblemen en Luna heeft wékenlang vanwege soortgelijke problemen heen en weer gereisd tussen dierenarts, spoedkliniek en thuis met haar doodzieke katje Bruce Lee.
17 Apr 2008
by Annibalin Pirate kitty on a roll
Nou, dat was het dus al bijna weer: mijn eerste week op mijn nieuwe werkplek. Morgen en maandag wordt ik verwacht voor een cursus voor het nieuwe computer-systeem dat morgen up gaat, ergens deze dagen kan ik mijn éigen bureau inrichten (omdat mijn eerste werkweek de laatste werkweek van degene die ik vervang overlapte heb ik de afgelopen dagen achter het bureau gewerkt van een collega met zwangerschapsverlof) en verder.. Ja, het is ‘gewoon’ nieuw. ‘Gewoon’ heel erg leuk. Ik voel me er dus érg op mijn gemak. Ben wie ik ben, kleed me zoals ik me kleed. Leer mijn collega’s kennen, kan met ze lachen, praat over allerlei zaken en weet zelfs al redelijk de weg op onze afdeling en omstreken (met het coördinatievermogen van een dronken aardbei dank je God daarvoor op je blote knietjes in zo’n gebouw hoor, écht).
De enige downside die ik tot nu toe kan ontdekking heeft niet zo zeer met déze baan te maken, als wel met het feit dat ik überhaupt van baan ben gewisseld: wat ben ik MOE! Jemig zeg, ik sta er echt verbáásd over. Niet dat ik niet had verwacht dat het vermoeiend zou zijn, maar hey, zoals het een goed avondmens betaamt ben ik normaalgesproken niet vóór tienen mijn bed in te timmeren maar eergisterenavond: half negen. HALF NEGEN! Hallóó, dat heb ik geloof ik al niet meer gedaan sinds ik ácht was, ofzo (nou, ok, exclusief Pfeiffer-periode dan).. Gisteravond hadden we dan ook nog eens een bruilofts-borrel in Amsterdam wegens de bruiloft van vrienden, dus dat maakt de week wel weer compleet. Gelukkig maar, dat ze redelijk flexibel zijn in mijn uren en het dus mogelijk was om mijn vrije woensdagmiddag te verruilen voor een vrije donderdagochtend. Niet dat ik nu ook bén uitgeslapen, maar het was fijn om wakker te worden wanneer het arme lijf daar behoefte aan had i.p.v. wanneer de wekker duidelijk maakte dat het zo ver was.
Nou, en morgen cursus dus. Ik ben benieuwd. Ik ga er bijna volledig blanco in en dat is best eng. Maar anderszijds zou dat ook wel een voordeel kunnen hebben: ik hoef niet los te komen van oude patronen en werkwijzen. Bovendien ben ik redelijk goed met computers, dus het zal wel loslopen. Eigenlijk ben ik nog het bangst voor de staat van mijn vermoeidheids-orgaan, morgen bij thuiskomst..
14 Apr 2008
by Annibalin Pirate kitty on a roll
Moe maar voldaan.
Leuke collega’s.
Meteen op mijn gemak.
Interessant werk.
Zelfs een welkoms-bloemetje!
Morgen wordt ik beëdigd…
En ik heb zin in dag 2!!
Maar voor nu.. Een hartgrondig welterusten
13 Apr 2008
by Annibalin Pirate kitty & friends
Toen gisterochtend mijn wekker ging was ik me, zoals reeds verwacht, ten volle bewust van wat ik me op de hals had gehaald samen met mijn lief: een dag zo druk als we déze in hadden gepland hebben we (gelukkig) maar zelden. Het huis opruimen en schoonmaken, 2 cakes en een boterkoek bakken, soep koken, nog een paar laatste boodschappen in huis halen, naar vriend Martin om hem te feliciteren met zíjn verjaardag, maar dan wel vóór vieren weer terug zijn omdat dan ouders, ouders, broer en zus voor de deur zouden staan om te vieren dat Paul jarig was. Gelukkig ging het allemaal redelijk van een leien dakje, al moet ik eerlijk bekennen dat ik eigenlijk meer zin had in een tukje dan in een stortvloed aan visite toen we net weer thuis kamen vanaf die andere verjaardag.
Dat was echter al snel weer voorbij; het was gezellig, Paul werd verwend, mijn soep en baksels vielen in de smaak en de viering met de ouders liep zo na het eten naadloos over in de viering met vrienden. Nog meer gezelligheid en verwensels dus, en toen om een uur of kwart voor vier de laatste vrienden vertrokken kletsten we nog wat met logée Alan en taaiden we voldaan af. Vandaag hadden we gelukkig niets gepland, dus er was tijd zat om uit te slapen en een klein half uurtje op te ruimen een schoonmaken (hoera voor de vlijtige vrouw in mij: voor het eerst heb ik gedurende een feestje geprobeerd het één en ander een beetje bíj te houden i.p.v. zomaar alle troep en afwas rondom neer te kletteren, et violá! Een stofzuigertje, dweiltje en een vaatdoekje en het hele huis was weer spik en span ;-)).. Verder heb ik eigenlijk vooral op de bank rondgehangen met Alan, Paul, de Wii en een hippe comic van één van mijn favoriete schrijvers, Neil Gaiman (eigenlijk had Paul dit boek cadeau gekregen, maarja). Zo ergens voor het eten heb ik stiekum ook nog even een oogje of wat dichtgeknepen, wat de luiheid van vandaag compleet maakte.
En dat was ‘m dan weer: ons Bijzonder Feestelijke Weekend. Vanaf morgen begint het nieuwe leven. Mijn fietsroute heb ik zonet uitgestippeld, ik heb al bedacht wat ik aan wil, mijn tas is grotendeels ingepakt.. Ook morgen heeft voor mij een feestelijk tintje
Previous Older Entries