Na vannacht een bijzonder gezellige, tegen alle verwachtingen in droge Koninginnenach te hebben gevierd en vanmiddag van de vrijmarkt te zijn geregend streken we met onze vrienden neer in café de September. Exáct op dat moment hield die harde regen met grote druppels natuurlijk op en begon het zonnetje weer te schijnen, maar er was geen haar op ons hoofd dat nog dacht aan het verlaten van deze fijne, warme, droge plek. Omdat ik wat later was als de rest (ik was nog even de HEMA ingerend voor oranje-tompoucen) haalde ik een rondje voor iedereen.
Vertwijfeld keek ik vervolgens naar de kleine hoeveelheid contanten dat nog in mijn portemonnee'tje restte. "Daar halen we nog niet eens een hálf rondje van" dacht ik bij mezelf en daarom vroeg ik mijn mede-kroeggangers om een bijdrage. Nadat me echter verteld was dat hier ook gepind kon worden hobbelde ik na even te hebben nagedacht alsnog, héél stoer, naar de bar om het zelf te regelen.
Dat ik erover na moest denken was overigens niet omdat ik het rondje niet zelf wílde betalen, maar had vooral betrekking op het feit dat Paul's week-salaris* van gisteren maarliefst 1/3 minder was als normaal. Waarom wordt nog onderzocht (niemand heeft enig idee), maar voorlopig missen we voor nu dus bést een flinke hap uit ons gebruikelijke budget. Omdat het echter gisteren was gestort en de banken vandaag vanwege koninginnedag toch niet werkten wist ik zéker dat er geen onverwachtse afschrijvingen roet in het eten zouden gooien van deze actie en besloot ik dat dat ene rondje er best wel vanaf zou kunnen. En nu ik toch bezig was: ik had honger! Blij bestelde ik er dus ook nog een broodje en een glas melk bij, haalde mijn pinpas door het apparaat en drukte de cijfertjes van mijn pincode in.
Grote hoofdletters verschenen op het scherm: "GEEN SALDO". Beschaamd keek ik de barman aan. Grond, opent u.. Nóg beschaamder liep ik terug naar de vrienden, om tóch om die bijdrage die ze net allemaal weg hadden gestopt terug te vragen. Onze laatste 5 euro stopte Paul in de pot en ik voelde mijn wangen nóg harder gaan gloeien toen ik me bedacht dat dat net voldoende was voor dat broodje dat ik had besteld. Schaamtelijk! Ik liep weer terug naar de bar, betaalde, gaf de laatste 72 cent als fooi en ging weer zitten. Toen mijn broodje werd gebracht moesten onze vrienden me natuurlijk even plagen, hetgeen goedbedoeld (hell, ik zou het óók doen), maar op dát moment kon ik wel huilen**. Mijn honger was me al volledig vergaan (gelukkig wilde Ralph me wel helpen met het opeten van dat gigantische ding) en zodra we onze drankjes op hadden ben ik met de staart tussen de benen naar huis gevlucht. Natuurlijk had dat niet gehoeven. Er was begrip alom; iedereen had het wel eens meegemaakt. Als we waren blijven zitten hadden onze vrienden ons zéker voorzien van alle drankjes die we wilden hebben. That's what friends are for. Dát is rijkdom. Maar ik wilde het niet. Ik kon het niet.
Eenmaal thuis bleek de bank wél gewoon te werken op koninginnedag en waren er afschrijvingen geweest die we bést aan hadden gekund, als er niet een flink gedeelte van Paul's salaris zou hebben ontbroken aan de betaling van gisteren. Ik prees mezelf gelukkig terwijl ik geld van de spaarrekening naar de gewone rekening overboekte, zodat we die laatste paar kleine boodschappen die we nodig hadden nog even konden gaan halen. Het is goed om wat achter de hand te hebben. Dat is óók rijkdom. Al heb je daar in de stad niets aan..
*: Lastig, ja. Maar voorlopig is dit nog even zo. Zijn vaste contract komt eraan, maar wannéér.. Tja..
**: Dat krijg je ervan als je ongesteld moet worden
De tranen stonden me wérkelijk in de ogen.

Afgelopen vrijdag belde ik met onze dierenarts. De antibiotica-kuur van Max zou op zaterdag aflopen en ik wilde weten hoe het nu verder moest. De dierenarts meldde dat het werd tijd om een plasje van Max in te komen leveren, zodat er getest kon worden op de aanwezigheid van gruis. Omdat ik vrijdag na mijn werk niet meer voldoende tijd had om hier iets mee te doen spraken we af dat we extra antibiotica zouden gaan halen om het weekend door te komen en dat wij maandagochtend, vandáág dus, voor ons werk een urinemonster in zouden leveren.
Toen we gisteren bij Suus weggingen bedacht ik me dat het zónde was om niet van het mooie weer gebruik te maken en nog wat te genieten in het zonnetje. Een terras opzoeken en er samen een klein hapje eten leek me een geweldig idee. Lekker jezelf eens verwennen, niet hoeven koken en even de onverdeelde aandacht voor elkaar. Belangrijk, want door de drukte van de afgelopen twee weken en mijn vermoeidheid door mijn nieuwe baan hebben we nou niet bepaald veel quality-time met elkaar kunnen spenderen. Omdat Suus in de stad woont leek het ons niet al te moeilijk een eet-terras te vinden in het zonnetje. Maar onze favoriete restaurantjes hebben over het algemeen helemaal geen terras, bedachten we ons. En degene die dat wel heeft, heeft een terras in de schaduw. Op de Grote Markt eten dan maar.
Het is léuk, op mijn nieuwe werk! Ongelooflijk hoe veel verschil er is tussen het bedrijf waar ik werkte en het bedrijf waar ik terecht ben gekomen. Niets ten nadele van mijn vorige baan hoor, zéker niet, maar die dingen die mij in de loop der jaren steeds meer op begonnen te breken en tegen begonnen te staan zijn zó anders waar ik nu zit..
Sind ik een heel bijzonder
Nou, daar zaten we dan, eergisteravond, op de bank met het laatste advies van de dierenarts in ons hoofd: "zet Max zo lang mogelijk apart met een kattenbak met keukenpapier erin, zodat je erachter kunt komen hoe veel hij plast, of er bloed in zit en natuurlijk ook óf hij wel plast." Lastig, want katten tegen hun zin ergens opsluiten werkt vaak érg slecht. Je moet ze dan ergens apart zetten waar je voorlopig niet meer zal komen, want anders ontsnapt het betreffende dier natuurlijk metéén zodra de deur ook maar denkt aan opengaan. Maar uiteindelijk bedachten we toch een oplossing: Max een hele nacht lang bij ons op de kamer met water, brokjes en eigen bak, Loki en Beertje in de rest van het huis (maar dan wel de kamerdeur open, die anders dicht gaat zodra we naar bed gaan). Het ging verassend goed: geen enkel katje heeft er echt heel moeilijk over gedaan.
Mijn lieve Max. Mijn stoere Max. Mijn übermacho kater, als een kleine zieke baby in mijn armen, vandaag bij de dierenarts. Hij drukte zijn lieve lijf dicht tegen me aan en kroop met zijn kop in het holletje van mijn elleboog. Gelukkig, thank the Gods, waren we rúim op tijd met onze constatering dat er iets mis was met hem. Hij waste zich de afgelopen twee dagen wel érg vaak, daar 'tussen zijn achterpoten'. En als hij van de bak kwam liep hij een beetje raar. Ongewoon aanhankelijk en knuffelig ook wel, eigenlijk. En zelfs zijn relatief nieuwe fetish voor het drinken uit álle bekers water die hij vinden kan (bij voorkeur de mijne, en bij voorkeur met als gevolg dat de beker omvalt, zodat ik daarna een plens water moet opvegen) kwam inééns in een ander licht te staan. En misschien nog wel de meest storende: hij zeurde ineens een stúk minder hard om eten. Eenieder die Max een beetje kent zal weten: dát is niet goed. Snoepjes en andere lekkernijen kunnen hem gestolen worden, maar zijn zakje natvoer in de avond, dát is heilig. Alarm!
Nou, dat was het dus al bijna weer: mijn eerste week op mijn nieuwe werkplek. Morgen en maandag wordt ik verwacht voor een cursus voor het nieuwe computer-systeem dat morgen up gaat, ergens deze dagen kan ik mijn éigen bureau inrichten (omdat mijn eerste werkweek de laatste werkweek van degene die ik vervang overlapte heb ik de afgelopen dagen achter het bureau gewerkt van een collega met zwangerschapsverlof) en verder.. Ja, het is 'gewoon' nieuw. 'Gewoon' heel erg leuk. Ik voel me er dus érg op mijn gemak. Ben wie ik ben, kleed me zoals ik me kleed. Leer mijn collega's kennen, kan met ze lachen, praat over allerlei zaken en weet zelfs al redelijk de weg op onze afdeling en omstreken (met het coördinatievermogen van een dronken aardbei dank je God daarvoor op je blote knietjes in zo'n gebouw hoor, écht).
Toen gisterochtend mijn wekker ging was ik me, zoals reeds verwacht, ten volle bewust van wat ik me op de hals had gehaald samen met mijn lief: een dag zo druk als we déze in hadden gepland hebben we (gelukkig) maar zelden. Het huis opruimen en schoonmaken, 2 cakes en een boterkoek bakken, soep koken, nog een paar laatste boodschappen in huis halen, naar vriend Martin om hem te feliciteren met zíjn verjaardag, maar dan wel vóór vieren weer terug zijn omdat dan ouders, ouders, broer en zus voor de deur zouden staan om te vieren dat Paul jarig was. Gelukkig ging het allemaal redelijk van een leien dakje, al moet ik eerlijk bekennen dat ik eigenlijk meer zin had in een tukje dan in een stortvloed aan visite toen we net weer thuis kamen vanaf die andere verjaardag.