Vroeger, toen ik nog een kleine Annibal was, was mijn toekomst me duidelijk. Altijd wanneer er iemand vroeg "En, wat wil jij later worden?" was mijn steevaste antwoord "Zuster." Pas toen ik begon te begrijpen dat het beroep 'zuster' meer inhield dan alleen een mooi kapje op je hoofd en een prachtige blauwe jurk met bijbehorend schort begon mijn heilige geloof in deze toekomst te vervagen. Naarmate de jaren verstreken werd mijn toekomstbeeld vager: hoe ouder ik werd, hoe vaker ik veranderde van toekomstig beroep. Ookal ben ik het meeste al wel weer vergeten, ik kan nog best prima een beeld schetsen van mijn wispelturigheid: agent bij de hondenbrigade, piloot, schrijfster, journalist, militair, etaleur, tolk, zwemjuf, reddingsbrigadier, dierenarts, edelsmid en archeoloog zijn zomaar wat beroepen die mij voor langere of kortere tijd hét beroep leken. Maar met alles was wel íets. Ik had een té specifieke voorkeur (wanneer je het leger in gaat is het vantevoren niet duidelijk of je wel op de plek die jij ambieert terecht komt), of ik was bij nader inzien toch wat te fijngevoelig (als dierenarts kun je niet gaan zitten huilen bij elk zielige diertje dat bij je binnenkomt), voor andere beroepen was de opleiding te duur of te ontoegankelijk (voor journalistiek was de kans op een plekje op de opleiding ongeveer 1 op 4).
Tegen de tijd dat beroepskeuze een serieuze aangelegenheid werd was journalistiek mijn ijkpunt en bij het samenstellen van mijn vakkenpakket koos ik een pakket gebaseerd op deze opleiding. Toen mijn eindexamen in zicht kwam ben ik bezig geweest met 2 serieuze opties: de luchtmacht (ik wilde op een Apache vliegen) en journalistiek. Beiden werden niets. Wat dan? Op de één of andere manier kwam er uit het niets een ander beroep in mij op. Schoonheidsspecialiste. Waar die gedachte vandaan kwam weet ik tot op de dag van vandaag niet; ik had tot dat moment nauwelijks een pot crème van dichtbij gezien. Maar ik opperde deze optie precíes op het moment dat het tijd was me in te schrijven voor een school, dus met mijn ouders deed ik wat onderzoek, ging bij drie scholen op bezoek en al gauw was het geregeld: na de HAVO ging ik de versnelde opleiding voor schoonheidsspecialiste volgen. In iets meer dan een jaar (i.v.m. een herexamen) was ik ermee klaar en begon ik, na vele sollicitaties, bij een schoonheidssalon. Vlak nadat ik in de salon was begonnen schreef ik me in voor een opleiding visagie (die ik ook heb afgemaakt), maar al gauw hierna liep het spaak. De salon waar ik werkte vond ik niets en bij het solliciteren kwam ik er voor de tweede keer achter dat dit een moeilijk toegankelijk wereldje was: er waren véél schoonheidsspecialistes en maar weinig vacatures. Een eigen salon was niets voor mij en toen meerdere werkgevers-in-spé (waarmee het allemaal niets werd) opperden dat ik véél meer kans maakte op een baan als ik de vervolgopleiding zou gaan doen begon er een kwartje te vallen: dat wílde ik helemaal niet.
Wilde ik eigenlijk überhaupt wel in een salon werken? In de salon waar ik gewerkt had was me langzaamaan steeds duidelijker geworden dat de hele dag gezichtsbehandelingen geven helemáál niet zo leuk was. Mensen gaan je door het lichamelijke contact héél snel vertrouwen en voor je het weet ben je naast het geven van maskertjes ook nog huis-tuin-en-keuken-psychologie aan het toepassen; vrouwen van meer dan twee keer zo oud als ik stortten hun leven vol smart over mij heen en ik had werkelijk géén idee wat ik ermee aan moest. Het enige stukje van het hele verhaal dat ik écht leuk vond was visagie, maar ook dit was niet echt een gouden toekomst: in dit vak is het gebruikelijk om free-lance te werken en omdat ook hier meer beroepsbeoefenaars als banen zijn is het nogal een ellebogenwerk-wereldje. En een eigen zaak is ook niets voor mij. Té onzeker. Langzaam maar zeker drong het tot me door: dit gaat 'm niet worden. Het uitoefenen ervan zal altijd een hobby blijven, maar mijn beróep.. Nee.
Bij het uitzendbureau langs. Een uitzendbaantje bij een grote verzekeraar. Na vier maanden via een tante een detachering bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Na twee jaar tóch weer solliciteren en uiteindelijk een leuke, uitdagende baan vinden bij een assurantiekantoor. Dagelijks mijn koppie gebruiken, ingewikkelde en minder ingewikkelde zaken oplossen. In 8 jaar tijd uitgroeien tot de all-rounder die ik nu ben. Maar de branche verandert; wetgevingen worden aangescherpt en vernieuwd, de werkwijze van de maatschappijen wordt anders, klanten kijken anders tegen verzekeringen aan als toen ik daar begon.. Uiteindelijk had ik even geleden een openhartig gesprek met mijn baas. Want ik heb een probleem: ik heb geen plezier meer in mijn werk. Ik stel dingen uit, hik tegen dingen op, ik zit mezelf in de weg. Voorheen had ik dat niet, maar sinds mijn burn out ben ik een hoop dingen gaan beseffen. Anders gaan zien. Op gaan merken. Doordat ik mijn werk niet meer leuk vind zit er bij mij áltijd, élke dag, een 'basisniveau' aan stress. Wanneer je stress hebt, wordt er adrenaline afgegeven in je bloed. Als je langdurig, dag in dag uit, adrenaline in je bloed hebt zitten kunnen daar klachten uit ontstaan. Zoals een verkrampte nek. Zoals depressie.
Ik loop nu alweer bijna twee maanden bij de fysio. Eind vorige week schreef mijn arts mij prozac voor. Voor nu even, "tot er licht is aan het eind van de tunnel". Maar er móet dus iets veranderen, want dit probleem gaat niet vanzelf weg. Langzaamaan volgt er weer een besef, net als een aantal jaar geleden. Een moeilijke beslissing ís in feite al voor mij gemaakt. Ik heb geen keus. Als ik beter wil worden, moet het roer om. Maar hoe? Ik weet het niet. Na ál die jaren ben ik geen fluit opgeschoten. Ik weet nog stééds niet wat ik worden wil. Ondertussen weet ik, dat ik geen carrièremens ben. Ik wil gewóón een baan waar ik het leuk kan hebben. Waar ik werkzaamheden kan doen die me liggen, met collega's die ik leuk vind. En verder? Don't ask me. Want niet weten wat je zoekt maakt het zoeken zo verdomde veel lastiger..