Hoofdstuk 1: de aankomst
“Waar zijn júllie nu dan?” brult Paul in zijn telefoon. “Neenee, wij staan al in de rij!” Ik neem een slokje van mijn eerste Lowlands-biertje en kijk hem vragend aan, in de hoop dat hij mij begrijpt en me toe zal fluisteren wie hij aan de lijn heeft. “Ja, écht waar ja!” roept hij, onderwijl vragend terugkijkend. “Ok, dan zien we je zo. Doeg!” Degene die normaalgesproken altijd als eerste binnen is zit nog in Amsterdam, vertelt hij vervolgens. Aan ons dus de eer om een fort voor de komende vier nachten veilig te stellen. Eén vriend is al binnen, maar die staat ergens waar niet voldoende ruimte is om met z’n allen te gaan staan.
Om kwart voor acht lopen we écht door de poort, het Lowlands-terrein op. We zijn nu officiëel niet meer in Nederland, maar staatsburgers van Llovlands, zoals de organisatie dit Lowlands-jaar heeft bestempeld. Onze verse (dit jaar rood-met-witte) polsbandjes zien er fris uit. We sjouwen met onze spullen naar camping vier en zoeken een plaats uit waar wij en de nog onderweg zijnde vrienden een tent en een ‘binnenplaats’ kunnen bouwen. Onze Lowlands is begonnen!
Hoofdstuk 2: De vrijdag
Het programma begint al vroeg vandaag: om 14.00 zullen de eerste twee bands gaan optreden. Meestal begint het pas rond een uur of 3/4, dus dit jaar krijgen we een uurtje cadeau. Ik heb niet echt bands die ik per sé wil zien, deze dag. Ik ga dus gezellig op sleeptouw met de anderen en zie een hoop dingen waar ik anders niet zo snel terecht zou zijn gekomen. Mew, een stukje CKY, The Dead 60s, Block Party, DJ Shadow, The Knife en Blue Grass Boogiemen kunnen allen op mijn aanwezigheid rekenen. Bij Blue Grass Boogiemen gaat het dak eraf: Vijf heren, een contrabas, een viool, een ukelele, een akoestische gitaar en een banjo staan garant voor één groot feest. De zenuwen waren naar verluid van de gezichten te lezen toen zij opkwamen (wij vielen pas in hun optreden nadat wij een sms-je van een vriend van ons kregen met de mededeling dat in de Lima-tent het dak eraf ging), maar toen zij merkten dat het Lowlands-publiek open staat voor ‘andere’ muziek (ze konden meermaals niet verder spelen vanwege het bulderende applaus) begonnen ze er al snel zichtbaar plezier in te krijgen. The Knife is vooral indrukwekkend: een fantastische show weet mij zo erg te vangen dat ik zelfs de muziek (die ik niet altijd even goed trek) ten spijt wordt betoverd van het begin tot het einde. Een videoscherm áchter het podium en een doorzichtig doek vóór het podium, waarbij op elk scherm afzonderlijke projecties te zien zijn en op het podium zelf twee onherkenbare figuren (want geheel in het zwart gekleed en met bivaksmutsen op; alleen hun fluoriscerende zonnebrillen verraden hun positie) maken van het optreden één groot en bizar sprookje. Het weer is, ondanks de voorspelde 90 % kans op regen, helemaal prima.

(Blue Grass Boogiemen laten de Lima op z’n grondvesten schudden)
Hoofdstuk 3: De zaterdag
Vandaag zijn de eerste regendruppels een feit. Drie druppels, om precies te zijn. Maar de dreigende lucht die rond een uur of 6 op komt zetten doet in eerste instantie erger vermoeden: en masse terug naar de tenten om even regenkleding op te pikken en/of de zomerkleren in te wisselen voor iets dat wat meer bescherming biedt. Tot dit moment is het gewoonweg warm; ik ben verbrand ondanks het smeren met zonnebrand, wanneer ik rond zessen mijn hemdje en rokje bij de tent omruil voor broek en t-shirt. Het programma is weer zéér divers: een lezing over het menselijk brein, Urban Dance Squad, de Loco Loco Roadshow, de Lowlands-markt, The Raconteurs, Nomades Et Skaetera, Iggy & The Stooges, Massive Attack en Gogol Bordello maken onze dag tot een mengelmoes van uiteenlopende muziekstijlen. Wat mij betreft was Gogol Bordello het hoogtepunt van deze dag én van mijn hele Lowlands; aanstekelijke zigeunerpunk doet de India-tent veranderen in één kolkende massa dansende mensen..

(Gogol Bordello speelt de India plat)

(De Loco Loco’s in actie)
Hoofdstuk 4: de Zondag
Alweer aangeland op de laatste dag blijkt het weer het meewerken te hebben opgegeven: hoosbuien die zo erg zijn dat tijdens Pennywise het dak van de Grolsch-tent deels inzakt onder een grote massa water en het terrein verandert in een enkeldiepe modderpoel, waardoor een hoop mensen voortijdig naar huis vertrekken. Ik vind het niet zo erg: de regen valt overheen te komen, elke keer wanneer je een voet optilt “Plunk” horen heeft ook zo z’n charmes en het is overal een stuk rustiger. We zien vandaag Corvus Corax, Opeth, Pennywise, Morning Wood, Wir Sind Helden, Pannonia Allstars Ska Orchestra en Muse. Tegen mijn verwachting in is Corvus Corax érg indrukwekkend (een band met trommels, doedelzakken en middel-eeuws aandoende kleding, bijgestaan door een echt orkest en een twintig-koppig koor móet je even gezien hebben); mijn grote favoriet voor dit festival, Pennywise doet een pracht van een optreden (en JA! Ze speelden ‘m!! Eén van de bekendste punknummers ooit, Bro Hymn, doet heel Lowlands de rest van de dag “WHOOOOOOO-HOHOHOOOOOO, HOHOHOOOO, HOHOHOOOOO” zingen), maar mijn grote verassing blijkt Muse te zijn. Een band die ik al vanaf het begin niet leuk heb gevonden blijkt uiteindelijk één van mijn grootste Lowlands-klappers! Een mooie show, maar vooral de vakkundigheid van de muzikanten en de overgave waarmee de band zijn nummers ten gehore brengt doen mij beseffen dat dit een pracht van een band is. Hun muziek is misschien niet helemaal mijn ding en de stem van de zanger irriteert me nog steeds mateloos, maar Jezus wat zijn die gasten goed. Een waardige afsluiter van een geweldig Lowlands. Na Muse kan er nog wel gedanst worden, maar wij houden het redelijk snel voor gezien. De bands zitten erop en maandagochtend moet je om twaalf uur van het terrein af. Rekening houdende met het feit dat ik nog een aardige autorit voor de boeg heb kruipen we (uiteindelijk tóch nog weer laat; bij de tent blijven hangen om te kletsen met vrienden blijkt funest voor de tijdsindeling) om half vier uitgeput ons bed in. Het is weer voorbij voor dit jaar..

(Op onze ‘binnenplaats’ schuilen onder onze party-tent)

(Vriend Yvo staat een stuk verderop met zijn tent, maar waagt zich door een stortbui om ons met zijn aanwezigheid te ver-eren; later op de dag zal hij van iemand voorrang krijgen wanneer hij ergens heenwil “omdat gele mannetjes altijd voor gaan”)

(Wij waren zielsgelukkig met onze legerkisten; droge voeten én lekker lopen met dit weer is een absolute luxe)

(Vanwege het weer was het ineens een stuk rustiger)

(Dancing in the mud)

(Paul @ Swamp-lands)
Hoofdstuk 5: The aftermath
De spullen inpakken ging voorspoedig, Paul’s jaarlijkse strooptocht tussen de spullen die door anderen zijn achtergelaten leverde ons twee prima kampeerstoelen voor onze komende vakantie op en vanwege ons gunstige parkeerplekje sneden we zo veel Lowlands-file af dat we binnen een mum van tijd écht onderweg waren. Onze vriend Alan zetten we voor zijn huis in Amsterdam af; eenmaal zelf thuisgekomen knuffelen we met de katjes en liggen we binnen no-time compleet in coma op bed. Even een uurtje liggen blijkt ruim twee uur te duren, dus dat is pas avondeten om half 10 en een logje typen tot half twaalf. Paul is morgen ongevraagd vrij (hij moet zaterdag werken, zag hij net in zijn rooster; hierdoor is hij morgen uitgeroosterd, de lucky bastard), ik moet ‘gewoon’ werken. De foto’s staan ondertussen op de PC, een wasje draait en ik heb me alweer gebrand aan de oven bij het bereiden van ons avondeten. Het échte leven is weer begonnen. Maar deze Lowlands pakt niemand ons meer af..

(Deel van de ingang van het Festival-terrein)



(Alan zoekt verkoeling)

(Ralph houdt mijn hoed even vast)

(Raad eens hoe mijn schoenen er NU uitzien??)